Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…
Parket bij de Hoge Raad, 22 maart 2018
ECLI:NL:PHR:2018:534 · Parket bij de Hoge Raad · 22 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2018-534
Zaakgegevens
Op 22 maart 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 maart 2018
- Datum publicatie
- 1 juni 2018
- Zaaknummer
- 18/00964
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:534
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:534
Hoge Raad · 1 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:821Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
18/00964
mr. G.R.B. van Peursem
22 maart 2018
Conclusie inzake:
[verzoeker] ,
verzoeker tot cassatie,
(hierna: [verzoeker])
1. [verzoeker] heeft bij een op 6 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift met het opschrift “schriftuur in cassatie” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam van 27 of 28 februari 2018 met zaaknummer 200.231.828/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 16 januari 2018 bekrachtigd, waarin de rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen.
2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend en ondertekend door mr. M.J. Meijer, die geen advocaat bij de Hoge Raad is.
3 Bij brief van 8 maart 2018 is [verzoeker] door de griffie van de Hoge Raad bericht dat het cassatieverzoekschrift niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog hetzelfde verzoekschrift getekend indient binnen twee weken na de datum waarop het verzoekschrift door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 20 maart 2018) .
4 Tot op heden is door [verzoeker] geen cassatieverzoekschrift ingediend dat is ondertekend door een cassatieadvocaat. Zodoende is het verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv.
5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Advocaat-Generaal