Insolventierecht
Er staat geen hoger beroep open tegen een vonnis van faillietverklaring op eigen aangifte.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 mei 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BI6383 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 mei 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/insolventierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2009-bi6383
Zaakgegevens
Op 20 mei 2009 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 mei 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HV 200.031.176 & HV 200.031.178
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.J.J.M.D. Maas.
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2009:BI6383
Samenvatting
Er staat geen hoger beroep open tegen een vonnis van faillietverklaring op eigen aangifte.
Uitspraak
dHJ
20 mei 2009
Sector civiel recht
Zevende kamer
Zaaknummers: HV 200.031.178 en 200.031.176
Zaaknummers eerste aanleg: 191399/FT-EA 09.166 en 09/286F resp. 191398/FT-EA 09.165 en 09/285F
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Arrest
in de zaken van:
[echtgenote],
en
[echtgenoot],
echtgenoten, beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: appellanten of [echtgenote] en [echtgenoot],
advocaat: mr. J.J.J.M.D. Maas.
1. Het verloop van de procedure
In de vonnissen van 14 april 2009, waarvan beroep, zijn [echtgenote] en [echtgenoot] op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. S.W.A.M. Henselmans als curator.
De beroepschriften, met bijlagen, zijn op de griffie van het hof binnengekomen op 21 april 2009.
Het hof heeft voorts ontvangen het proces-verbaal van de zitting van de eerste aanleg en de brief met bijlagen d.d. 11 mei 2009 van de curator.
De mondelinge behandeling vond plaats op 13 mei 2009. Daarbij waren aanwezig [echtgenote], [echtgenoot], mr. Maas en mr. Henselmans.
2. De gronden van het verzoek
Voor de grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar de beroepschriften
3. De beoordeling
3.1. Appellanten voeren aan dat zij ten tijde van de aanvraag onjuist veronderstelden te verkeren in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Hun onderneming, ondergebracht in de besloten vennootschap Pullshaw Party Service B.V., verkeert in die toestand. Omdat appellanten samen met die vennootschap een stille maatschap vormden, is het misverstand ontstaan. Zij beroepen zich op het ontbreken van een voor faillietverklaring ontbrekende wil bij het doen van de eigen aangifte.
3.2. Naar het oordeel van het hof staat tegen de toewijzende beslissingen geen hoger beroep open en zijn appellanten mitsdien niet-ontvankelijk in hun hoger beroep. Artikel 9 Fw stelt alleen hoger beroep open in het geval van een afwijzende beslissing. In HR 4 juni 1999, NJ 1999/535, is beslist dat het hoger beroep niet is gegeven om een partij wier verzoek door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven die beslissing ongedaan te maken omdat zij er bij nader inzien de voorkeur aan geeft van het verzoek af te zien. Voor het maken van een onderscheid tussen gevallen waarin het betreffende verzoek berust op een misverstand of een wilsgebrek enerzijds en andere gevallen anderzijds, zoals voorgestaan door appellanten, biedt het recht geen grond.
3.3. Het hof merkt op appellanten op grond van artikel 15b Fw omzetting van het faillissement in de schuldsanerings- regeling kunnen vragen, waarna de rechtbank, onder toepassing van artikel 350 lid e en lid 3 aanhef en onder a en b Fw, de schuldsaneringsregeling kan beëindigen op de grond dat de vorderingen zijn voldaan of dat appellanten in staat zijn hun betalingen te hervatten.
4. De beslissing
Het hof:
verklaart [echtgenote] en [echtgenoot] niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Den Hartog Jager, Feddes en Theuws en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2009.