Insolventierecht
De vrouw is in het tussenarrest van 1 mei 2025 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten of zij wil…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 juni 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:1576 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/insolventierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-1576
Zaakgegevens
Op 5 juni 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 juni 2025
- Datum publicatie
- 5 juni 2025
- Zaaknummer
- 200.352.147_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.G.A. Rossi te Kerkrade .
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1576
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De vrouw is in het tussenarrest van 1 mei 2025 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten of zij wil worden toegelaten tot de schuldsanering in het licht van het huwelijksgoederenregime in combinatie met de omstandigheid dat het verzoek van haar echtgenoot wordt afgewezen / de vrouw trekt het hoger beroep in en is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep / ten aanzien van de man is het vonnis waarvan beroep bekrachtigd / eindarrest.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 mei 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:1248Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2025:1576
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 5 juni 2025
Zaaknummer : 200.352.147/01
Zaaknummers eerste aanleg : C/03/337940 / FT RK 25/17 en C/03/337941 / FT RK 25/18
in de zaak in hoger beroep van:
1 [appellant] en
2. [appellante],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna te noemen: de man en de vrouw en gezamenlijk [appellant] c.s.,
advocaat: mr. D.G.A. Rossi te Kerkrade .
5 Het tussenarrest van 1 mei 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof de vrouw in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 16 mei 2025 schriftelijk uit te laten over of zij toegelaten wil worden tot de WSNP in het licht van het huwelijksgoederenregime in combinatie met de omstandigheid dat het verzoek van haar echtgenoot wordt afgewezen.
6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van de brief van 14 mei 2025 van mr. Rossi waarin hij namens de vrouw het hof – kort weergegeven – heeft bericht dat [appellant] c.s. zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en dat de vrouw niet gebaat is bij de toelating tot de WSNP. De vrouw wenst derhalve haar verzoek tot toelating tot de WSNP c.q. het ingestelde beroep in te trekken.
7 De verdere beoordeling
Zoals reeds is geoordeeld in het tussenarrest van 1 mei 2025 (r.o. 3.5.14.), is het hof van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het verzoek van de man om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen, maar dat het verzoek van de vrouw in beginsel moet worden toegewezen.
Het hof begrijpt echter uit voornoemd bericht (hiervoor onder 6.1.) dat de vrouw haar hoger beroep tegen het vonnis van 25 februari 2025 van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, waarbij de rechtbank de verzoeken om toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen, niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat de vrouw niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep.
8 De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover het verzoek van de man om toegelaten te worden tot de schuldsanering is afgewezen en
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, K.J.H. Hoofs en T. van Malssen en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.