Verbintenissenrecht

overeenkomst van koop en verkoop van aandelen van een productiebedrijf

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 maart 2014

Zaakgegevens

Op 4 maart 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
4 maart 2014
Datum publicatie
4 maart 2014
Zaaknummer
HD 200.104.152-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. G.C Vergouwen te Eindhoven, mr. E Jansberg te Eindhoven
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2014:587
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

overeenkomst van koop en verkoop van aandelen van een productiebedrijf

Procesgang

  1. Uitspraak · 2012

    ECLI:NL:RBROE:2012:5088
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 december 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:6061
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2014:587

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 september 2014

    ECLI:NL:GHSHE:2014:3886
  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juni 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:2079
  6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 maart 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:1038
  7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 november 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:4846
  8. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5794

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.104.152/01

arrest van 4 maart 2014

in de zaak van

B.V. Exploitatie Maatschappij B.V. Travers Mosa,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in (voorwaardelijk) incidenteel beroep,

advocaat: mr. G.C. Vergouwen te Eindhoven,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellant in (voorwaardelijk) incidenteel beroep,

advocaat: mr. E. Jansberg te Eindhoven,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 17 december 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 103039/HA ZA 10-621 gewezen vonnis van 7 maart 2012.

6 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 17 december 2013;

- de akte na tussenarrest van Travers Mosa van 14 januari 2014;

- de akte na tussenarrest, tevens overlegging producties (kleurenkopieën van reeds eerder in het geding gebrachte producties), van [geïntimeerde] van 14 januari 2014.

Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof het voornemen geuit een deskundigenbericht te gelasten en aan de te benoemen deskundige(n) de in rechtsoverweging 4.19 van het tussenarrest geformuleerde vragen voor te leggen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over aantal, deskundigheid en de persoon van de te benoemen deskundige(n), bij voorkeur eensluidend, en suggesties te doen omtrent de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.

7.2.

Partijen zijn het erover eens dat de benoeming van één deskundige volstaat. Partijen zijn echter niet tot een eensluidende voordracht van een deskundige gekomen en noemen ieder bij akte enkele volgens hen geschikte, als deskundige te benoemen personen.

7.3.

Travers Mosa heeft in haar akte diverse voorstellen gedaan tot wijziging en aanvulling van de vragen. [geïntimeerde] kan zich vinden in de vragen zoals die door het hof zijn geformuleerd. [geïntimeerde] heeft bij akte gevraagd om in de gelegenheid te worden gesteld bij antwoordakte te mogen reageren op door Travers Mosa gedane suggesties voor wijziging en/of aanvulling.

7.4.

Het hof constateert dat Travers Mosa vanaf bladzijde 6 van haar akte voorts 89 (deel)vragen heeft opgenomen. Het hof begrijpt, gelet op punt 36 van de akte van Travers Mosa, dat Travers Mosa deze vragen niet opgenomen wenst te zien in de aan de te benoemen deskundige te verstrekken opdracht, maar dat zij in de gelegenheid wil worden gesteld deze vragen anderszins onder de aandacht van de deskundige te brengen. Het hof gaat ervan uit dat Travers Mosa hierbij het oog heeft op artikel 198 lid 2, tweede zin, Rv waarin is bepaald dat de deskundige bij zijn onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen.

7.5.

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor antwoordakte teneinde ieder van partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op de akte van de wederpartij van 14 januari 2014. [geïntimeerde] kan daarbij reageren op de door Travers Mosa gedane voorstellen voor wijziging en aanvulling van de door het hof geformuleerde vragen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

8 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 1 april 2014 voor antwoordakte aan de zijde van beide partijen met de hiervoor in rechtsoverweging 7.5 vermelde doeleinden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, J.R. Sijmonsma en B.E.L.J.C. Verbunt (raadsheer-plaatsvervanger) en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 maart 2014.

griffier rolraadsheer