Verbintenissenrecht
verstekzaak in hoger beroep. Wijziging van de eis moet betekend worden.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 oktober 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4305 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/verbintenissenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2018-4305
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Datum publicatie
- 17 oktober 2018
- Zaaknummer
- 200.238.653_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.H.A. van Namen te Middelburg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4305
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verstekzaak in hoger beroep. Wijziging van de eis moet betekend worden.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2018:4305
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 januari 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:181Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2402
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.238.653/01
arrest van 16 oktober 2018
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. P.H.A. van Namen te Middelburg,
tegen
[geïntimeerde] h.o.d.n. [Bouw en Techniek] Bouw en Techniek,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
in dit hoger beroep niet verschenen,
op het bij exploot van dagvaarding van 12 maart 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 13 december 2017, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, verweerder in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6036049/17-2776)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep;
-
het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
-
de memorie van grieven tevens houdende akte wijziging van eis met producties;
-
de akte van rectificatie.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De beoordeling
[appellant] heeft bij memorie van grieven onderdelen van zijn eis en de grondslag daarvan gewijzigd. Op grond van het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv juncto artikel 130 lid 3 Rv is deze wijziging uitgesloten omdat [geïntimeerde] in hoger beroep niet is verschenen, tenzij [appellant] deze wijziging van (de grondslag van) de eis tijdig bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar heeft gemaakt. Onduidelijk is of dit laatste al is gebeurd. Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen alsnog een exploot van betekening van de wijziging van (de grondslag van) de eis over te leggen.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 6 november 2018 voor akte aan de zijde van [appellant] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, A.J. Henzen en H.AE. Uniken Venema en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 oktober 2018.
griffier rolraadsheer