Verbintenissenrecht
Aanneming van werk, gebreken. Bepaalt deskundigenbericht met benoeming van deskundige.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 november 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3253 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/verbintenissenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-3253
Zaakgegevens
Op 11 november 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 11 november 2025
- Datum publicatie
- 13 november 2025
- Zaaknummer
- 200.316.806_02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.J.M van der Borst te Etten-Leur, mr. D.M Uithol te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3253
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanneming van werk, gebreken. Bepaalt deskundigenbericht met benoeming van deskundige.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.316.806/02
arrest van 11 november 2025
in de zaak van
1 De vennootschap onder firma [xx] Metaal,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [appellant sub 2] ,
wonende te Breda,
3. [appellant sub 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellanten] , en afzonderlijk als [xx] Metaal, respectievelijk [appellant sub 2] en [appellant sub 3] ,
advocaat: mr. A.J.M. van der Borst te Etten-Leur,
tegen
Dutch Civil Projects B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als DCP,
advocaat: mr. D.M. Uithol te Rotterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 18 maart 2025 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/390508 / HA ZA 21-586 gewezen vonnis van 29 juni 2022.
11 Het verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-
de akte opgave getuigen, namens DCP;
-
de akte na tussenarrest namens [appellanten] met productie,
-
de akte na tussenarrest, tevens akte overlegging producties, namens DCP met producties,
-
het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 juni 2025;
-
de memorie na enquête namens DCP;
-
de antwoord memorie na enquête namens [appellanten] .
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg
12 De beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
Ten aanzien van de vorderingen van [appellanten] heeft het hof in rechtsoverweging 9.11 e.v. van het tussenarrest van 18 maart 2025 overwogen voornemens te zijn om een gerechtelijk deskundige te benoemen om de door [appellanten] gestelde en door DCP gemotiveerd betwiste gebreken te laten beoordelen. Daarbij heeft het hof
[appellanten] bevolen om bij akte één gestructureerde opsomming van alle gestelde gebreken in het geding te brengen. Tevens heeft het hof onder rechtsoverweging 9.13. uiteengezet welke vragen het hof voornemens is om aan de gerechtelijke deskundige voor te leggen. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld om bij akte zich uit te laten over de voorgenomen vraagstelling en de persoon van de te benoemen deskundige.
[appellanten] heeft daarop bij akte als nadere productie 7 een verdere opsomming in het geding gebracht van alle gestelde gebreken, waarop DCP bij akte heeft gereageerd. Het hof zal bij de verdere beoordeling de opsomming zoals overgelegd door [appellanten] als productie 7 tot uitgangspunt nemen. Tevens hebben partijen zich uitgelaten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen.
Ten aanzien van de persoon van de te benoemen gerechtelijk deskundige hebben partijen onderling geen overeenstemming bereikt over de vraag wie als gerechtelijk deskundige benoemd dient te worden door het hof. Het hof heeft daarom zelf een deskundige benaderd ter uitvoering van het onderzoek. Het hof zal als gerechtelijk deskundige benoemen de heer ir. [persoon A], die desgevraagd heeft aangegeven bereid te zijn en vrij te staan om het onderzoek als gerechtelijk deskundige uit te voeren.
Voor wat betreft de te stellen vragen aan de deskundige heeft DCP bij akte een aantal suggesties en aanvullingen gedaan. Zo wenst DCP een uiteenzetting van de deskundige over welke werkzaamheden contractueel van DCP gevergd konden worden, een toelichting op de constateringen door de deskundige en een te maken onderscheid tussen zichtbare en verborgen gebreken. [appellanten] heeft bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde aanpassingen omdat deze niet relevant zijn nu vrijwel alle werkzaamheden door DCP zijn uitgevoerd en de materialen door DCP zijn geleverd.
Het hof gaat voorbij aan de door DCP voorgestelde aanpassingen in de vraagstelling aan de deskundige aangezien de koppeling tussen de door DCP verrichte werkzaamheden en overeengekomen werkzaamheden al opgenomen is in de door het hof voorgenomen vraagstelling. Verder is naar het oordeel van het hof het onderscheid tussen zichtbare en verborgen gebreken niet relevant voor de vraagstelling of de overeengekomen werkzaamheden door DCP naar behoren zijn uitgevoerd. Tot slot vloeit de door DCP gewenste toelichting op de constateringen door de deskundige reeds uit de opdracht aan de gerechtelijk deskundige om een met redenen omkleed rapport op te leveren, zoals hierna opgenomen is in de beslissing onder 13.11). Op grond van het voorgaande, zullen de in de beslissing vermelde vragen aan de deskundige worden voorgelegd.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 10.462,= (inclusief BTW) en het hof zal het voorschot dus vaststellen op dit bedrag, met inachtneming van 13.3. van het dictum. Dit voorschot zal door [appellanten] voldaan moeten worden nu zij heeft gesteld dat sprake is van gebreken door DCP in de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden. Dit betekent dat de stelplicht en bewijslast ter zake bij [appellanten] rust, hetgeen betaling van het voorschot rechtvaardigt. Voor het geval de deskundige nog zou aangeven dat er op de werkzaamheden van de deskundige algemene voorwaarden van toepassing zijn, aanvaardt het hof dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen het hof en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt het hof op dat deze aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.
Het hof wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het hof zal deze verplichting uitwerken zoals hierna in de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan het hof daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
overig
Voor het overige, waaronder de vorderingen van DCP in incidenteel hoger beroep, wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
13 De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de gemotiveerde beantwoording van de volgende vragen:
1) Kunt u bij ieder gesteld gebrek op de lijst zoals overgelegd door [appellanten] als productie 7 aangeven of DCP de overeengekomen werkzaamheden correct heeft uitgevoerd of dat hier volgens u op basis van uw deskundigheid sprake is van een gebrek?
2) Kunt u per door u vastgesteld gebrek vermelden welke herstelkosten met herstel van dit gebrek gemoeid zijn?
3) Kunt u vermelden welk netto bedrag (kostprijs) DCP heeft bespaard ter zake de (niet verrichte) herstelwerkzaamheden van de daklekkage (bij de aansluiting tussen de oude en de nieuwe hal)?
4) Heeft u voor het overige nog opmerkingen die voor deze zaak van belang zijn?
benoemt tot deskundige: ir. [persoon A]
Adres:
Arcadis Nederland B.V.
Postbus 1018
5200 BA 's-Hertogenbosch
telefoon: 088-4261261
e-mailadres: [e-mailadres]
bepaalt dat de griffier van dit hof een kopie van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
het voorschot
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 10.462,= , tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;
bepaalt dat de griffier een specificatie van het voorschot bij het afschrift van dit arrest meezendt aan de advocaten van partijen;
bepaalt dat [appellanten] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
draagt de griffier van dit hof op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
bepaalt dat [appellanten] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl);
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot;
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
- de deskundige partijen bij een onderzoek ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek ter plaatse aanwezig is of kan zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten;
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van het hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) in te leveren, met een gespecificeerde declaratie;
wijst de deskundige erop dat:
- een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, ingeleverd moet worden ter griffie van dit hof met tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen;
- uit het schriftelijk rapport moet blijken waarop het oordeel van de deskundige is gebaseerd;
- bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek - en ten aanzien van het concept-rapport - partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars
opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;
overige bepalingen
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken, of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor memorie na deskundigenbericht door [appellanten] op een termijn van vier weken;
benoemt mr. P.M. Arnoldus-Smit tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;
verwijst de zaak naar de rol van 24 februari 2026 in afwachting van het deskundigenbericht;
verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenrapport naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [appellanten] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, A.C. van Campen en G.M. Menon en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 november 2025.
griffier rolraadsheer