Verbintenissenrecht
Nakoming; contractuele doorbelasting gasverbruik en gastarief door verhuurder aan huurder; hoogte van het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 december 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3694 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/verbintenissenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-3694
Zaakgegevens
Op 23 december 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 december 2025
- Datum publicatie
- 23 december 2025
- Zaaknummer
- 200.337.284_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.P.M Riep te 's-Hertogenbosch, mr. K.W.A Wools te Elst
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3694
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Nakoming; contractuele doorbelasting gasverbruik en gastarief door verhuurder aan huurder; hoogte van het tarief voldoende onderbouwd?
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.337.284/01
arrest van 23 december 2025
in de zaak van
1 [appellant sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [appellant sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna ook gezamenlijk aan te duiden als [appellanten] ,
advocaat: mr. M.P.M. Riep te 's-Hertogenbosch,
tegen
Gelmo B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Gelmo,
advocaat: mr. K.W.A. Wools te Elst, Gelderland,
op het bij exploot van dagvaarding van 18 december 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 22 november 2023, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond gewezen tussen [appellanten] als eisers in conventie, verweerders in reconventie en Gelmo als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10461967 / CV EXPL 23-1767)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep;
-
de memorie van grieven met 5 producties;
-
de memorie van antwoord met 2 producties;
-
de mondelinge behandeling, waarbij partijen zijn gehoord en mr. Wools aan de hand van spreekaantekeningen het woord heeft gevoerd en namens Gelmo enkele berekeningen heeft overgelegd;
-
de akte uitlaten berekeningen van [appellanten]
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De beoordeling
Waar gaat de zaak over ?
Gelmo heeft bedrijfsruimte gehuurd bij [appellanten] Partijen twisten over de hoogte van in rekening gebrachte kosten voor gasverbruik. Het gaat daarbij met name over de door [appellanten] gehanteerde prijzen per m3 gas.
Feiten
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
Partijen hebben op 28 januari 2016 een huurovereenkomst gesloten, waarbij Gelmo
van [XX] Onroerend Goed met ingang van 1 februari 2016 heeft gehuurd bedrijfsruimte aan [adres] met een oppervlakte van circa
280 m2 die is verdeeld in kantoor begane grond 150 m2 en kantoor verdieping 130 m2.
Art. 4.6 van de huurovereenkomst bepaalt:
De vergoeding die huurder verschuldigd is voor door of vanwege verhuurder te verzorgen bijkomende leveringen en diensten wordt bepaald overeenkomstig §16 algemene bepalingen. Op deze vergoeding wordt een systeem van voorschotbetalingen met latere verrekening toegepast, zoals daar is aangegeven.
Art. 16 van de toepasselijke algemene bepalingen bevat onder meer:
Indien partijen zijn overeengekomen dat door of vanwege verhuurder bijkomende leveringen en diensten worden verzorgd, stelt verhuurder de daarvóór door huurder verschuldigde vergoeding vast op basis van de kosten die met de leveringen en diensten en de daaraan verbonden administratieve werkzaamheden zijn gemoeid. Voor zover het gehuurde deel uitmaakt van een gebouw of complex en de leveringen en diensten mede betrekking hebben op andere daartoe behorende gedeelten, stelt verhuurder het redelijkerwijs voor rekening van huurder komende aandeel in de kosten van die leveringen en diensten vast. (…)
Verhuurder verstrekt huurder over elk jaar een rubrieksgewijs overzicht van de kosten van de leveringen en diensten, met vermelding van de wijze van berekening daarvan en van, voor zover van toepassing, het aandeel van huurder in die kosten.
Na het einde van de huur wordt een overzicht verstrekt over de periode waarover dit nog niet was geschied.(…) Huurder noch verhuurder zal voortijdig aanspraak maken op verrekening.
Wat blijkens het overzicht over de betreffende periode, rekening houdend met voorschotbetalingen, door huurder te weinig is betaald of door verhuurder te veel is ontvangen, wordt binnen een maand na verstrekking van het overzicht betaald of terugbetaald. Betwisting van de juistheid van het overzicht heeft geen schorsing van deze verplichting tot betaling tot gevolg.
(…)
Wordt het verbruik van gas, elektriciteit, warmte en/of (warm) water bepaald aan de hand van verbruiksmeters en ontstaat wegens niet of onjuist functioneren van deze meters een geschil over huurders aandeel in de kosten van verbruik, dan wordt dit aandeel vastgesteld door een door verhuurder geraadpleegd bedrijf dat in het meten en vaststellen van afgenomen gas, elektriciteit, warmte en/of (warm) water is gespecialiseerd. (…).
Bij het sluiten van de huurovereenkomst heeft Gelmo een borgsom betaald van
€ 2.400,00. Voor de levering van bijkomende nutsvoorzieningen betaalt Gelmo een voorschotbedrag van € 435,-- per maand,
In februari 2022 hebben partijen een overeenkomst gesloten tot beëindiging van de
huurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 31 maart 2023.
Ter zake van (onder meer) door Gelmo verbruikte energie heeft [appellanten] twee facturen gezonden die onbetaald zijn gebleven, te weten:
a. een factuur van 22 juni 20222 (met nr. 2022.060) voor verbruikte elektriciteit en gas over de periode 3 april 2018 tot en met 13 juni 2022 tot een totaalbedrag van € 6.337,39 inclusief btw;
b. een factuur van 27 januari 2023 (met nr. 2022.134) voor verbruikt gas tot en met 27 januari 2023 ten bedrage van € 1.422,06 inclusief btw.
Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
[appellanten] vordert -samengevat-:
a. voor recht te verklaren dat Gelmo tekort is geschoten in de nakoming van de
huurovereenkomst en dat zij als gevolg hiervan aansprakelijk is voor de door [appellanten]
geleden schade;
b. Gelmo te veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal € 12.728,10+ PM (opgebouwd uit de volgende posten: hoofdsom facturen € 7.759,45, buitengerechtelijke incassokosten € 899,15, reeds verschenen boetes € 3.600,--, rente t/m 5 april 2023 € 469,50), te vermeerderen met wettelijke handelsrente;
c. Gelmo ingaande april 2023 te veroordelen tot betaling van € 300,-- per factuur en
voor iedere maand dat die factuur niet is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke
handelsrente vanaf verzuim;
d. met veroordeling van Gelmo in de proces- en nakosten.
Gelmo heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van [appellanten] en in reconventie (terug)betaling gevorderd van de door Gelmo betaalde borgsom ad € 2.400,--, vermeerderd met wettelijke handelsrente met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten. Een en ander zal, voor zover in hoger beroep van belang, hierna aan de orde komen.
In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellanten] afgewezen. De kantonrechter heeft daartoe -kort gezegd- overwogen dat [appellanten] de door haar in rekening gebrachte gastarieven onvoldoende had onderbouwd. De reconventionele vordering van Gelmo heeft de kantonrechter toegewezen. [appellanten] is in conventie en reconventie veroordeeld in de proceskosten van Gelmo.
Het geschil in hoger beroep
[appellanten] heeft in hoger beroep zes grieven aangevoerd. [appellanten] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen en afwijzen van de vorderingen van Gelmo met veroordeling van Gelmo tot terugbetaling van hetgeen [appellanten] op grond van het bestreden vonnis aan Gelmo heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van Gelmo in de proceskosten in beide instanties.
Gelmo heeft in eerste aanleg als meest vérstrekkend verweer gevoerd dat [appellanten] niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat Gelmo stelt geen huurovereenkomst met [appellanten] te hebben gesloten. De kantonrechter heeft dit verweer verworpen. Gelet op de devolutieve werking van het hoger beroep zal het hof dit in eerste aanleg gevoerde verweer, dat immers in de weg staat aan toewijzing van de vorderingen van [appellanten] , eerst bespreken.
Gelmo voert aan dat zij gecontracteerd heeft met de vennootschap onder firma [XX] Onroerend Goed en dat deze vof als procespartij had moeten optreden. [appellanten] ontkennen dat een vof [XX] Onroerend Goed bestaat en voeren aan dat altijd duidelijk is geweest dat zij de overeenkomst hebben gesloten en uitgevoerd.
Het hof overweegt als volgt. Het antwoord op de vraag wie als contractspartij heeft te gelden, hangt af van hetgeen Gelmo en [appellanten] daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en hebben mogen afleiden. De volgende feiten en omstandigheden acht het hof daarbij relevant.
De huurovereenkomst is gesloten tussen Gelmo als huurder en [XX] Onroerend Goed (zonder nadere precisering, hof), vertegenwoordigd door [appellant sub 2] als verhuurder. [appellanten] waren gezamenlijk eigenaar van het verhuurde. De beëindigingsovereenkomst is gesloten tussen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] , gezamenlijk aan te duiden als verhuurder, en Gelmo als huurder. Op grond van het voorgaande is voor Gelmo BV voldoende duidelijk geweest dat [appellanten] optraden als verhuurder. Door Gelmo wordt geen beroep gedaan op verklaringen of gedragingen van partijen die een andere conclusie rechtvaardigen. Het beroep van Gelmo op niet-ontvankelijkheid van [appellanten] wordt dus verworpen.
Met de grieven I tot en met III komt [appellanten] op tegen de afwijzing van de vordering van [appellanten] tot betaling van de factuurbedragen en de motivering door de kantonrechter dat [appellanten] de door haar berekende gastarieven onvoldoende heeft onderbouwd. Het hof zal deze grieven gezamenlijk beoordelen.
Het gasverbruik
Alvorens de grieven te beoordelen behandelt het hof het in eerste aanleg en in hoger beroep gevoerde verweer van Gelmo tegen het aantal gefactureerde m3 gasverbruik.
Het gaat daarbij om een in rekening gebracht verbruik van 12.312 m3 over de periode 3 april 2018 tot en met 3 april 2021 (36 maanden) en 4.788 m3 over de periode van 4 april 2021 tot 13 juni 2022 (ruim 14 maanden). Die gegevens zijn, zo heeft de kantonrechter onbestreden overwogen, conform de meterstanden op de tussenmeters van de door Gelmo gehuurde ruimtes.
Gelmo betwist dat gemeten verbruik en zij verwijst daartoe naar de correspondentie tussen partijen in de periode van 30 juni 2022 tot en met 3 april 2023. Zo is er aldus Gelmo geen rekening gehouden met het feit dat de gasleiding door het hele pand slingert en aldus ook door ruimtes die Gelmo niet heeft gehuurd. De hoogte van het verbruik is, aldus Gelmo, ongeloofwaardig, aangezien zij slechts twee kantoorruimten in gebruik heeft. Voorts voert Gelmo aan dat zij inhoudelijke bezwaren heeft gemaakt tegen het gefactureerde verbruik en dat [appellanten] het aandeel van Gelmo in het verbruik had moeten laten vaststellen door een gespecialiseerd bedrijf als bedoeld in art. 16.10 van de algemene bepalingen.
Het hof overweegt als volgt. Op [appellanten] rust de stelplicht en bij betwisting daarvan de bewijslast van het aantal m3 gas dat [appellanten] aan Gelmo in rekening heeft gebracht.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat het gasverbruik overeenkomstig de meterstanden op de bij Gelmo in gebruik zijnde tussenmeters in rekening is gebracht. Deze vaststelling is onvoldoende gemotiveerd betwist. Dat sprake is van niet of niet juist functionerende tussenmeters is niet gebleken. Gelmo voert nog aan dat het gemeten gasverbruik ongeloofwaardig hoog is gelet op de twee kantoorruimtes die zij huurt. Zij motiveert die stelling echter niet. Zo verstrekt zij geen informatie over het gemiddeld te verwachten verbruik op grond van de omvang van de gehuurde ruimte afgezet tegen het in rekening gebracht verbruik. Bij gebrek aan enige nadere motivering gaat het hof daarom uit van het via de tussenmeters gemeten verbruik. Het beroep van Gelmo op art. 16.10 van de algemene bepalingen faalt eveneens. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om uit te gaan van het niet of onjuist functioneren van de tussenmeters, zodat er ook op grond van art. 16.10 van de algemene bepalingen geen aanleiding was om een gespecialiseerd bedrijf in te schakelen. Het verweer van Gelmo tegen het aantal gefactureerde m3 wordt derhalve verworpen.
De gefactureerde gasprijs
[appellanten] voert allereerst aan dat partijen zijn overeengekomen dat het gas tegen een tarief van € 2,19 exclusief btw mocht worden doorberekend aan Gelmo.
[appellanten] verwijst daartoe naar een e-mail van [persoon A] van Gelmo aan [appellant sub 1] d.d. 3 juli 2022. Gelmo betwist dat daaruit kan worden afgeleid dat tussen partijen overeenstemming bestond om het gas af te rekenen tegen € 2,19 per m3.
Het hof stelt voorop dat op [appellanten] , die zich beroept op de overeengekomen gasprijs als grondslag van de vordering, de bewijslast rust ter zake die overeengekomen prijs.
Of sprake is van een dergelijke overeenkomst dient beoordeeld te worden op basis van het Haviltex-criterium.
[appellanten] beroept zich op onderstaande e-mailwisseling.
Op 30 juni 2022 mailt [appellant sub 1] het volgende aan [persoon A] van Gelmo:
Hieronder de berekening zoals op de factuur van onze gasleverancier Texel Energie waar wij een variabel contract hebben.
Levering gastarief € 1.464322
Vaste leveringskosten PM
Energiebelasting 0.363220
Opslag duurzame energie 0.086500
Netbeheerkosten Enexis PM
Hiermede kom ik al op een totaal van € 1.915 hierbij moeten de leveringskosten, netbeheerkosten en de kosten voor de aansluiting bijgeteld worden om de juiste m3 prijs exclusief B.T.W. te bepalen. De door mij gebruikte prijs van € 2,19 excl. B.T.W. is dus iets hoger dan onze kostprijs.
Ik neem aan dat er over de prijs van voor de enorme stijgingen van de gasprijs geen discussie bestaat, hier bereken ik € 0,66 excl. B.T.W.
Met betrekking tot de prijs per KWh over de laatste 12 maanden van € 0.33 en daarvoor € 0.19 beiden excl B.T.W heb ik precies de prijs berekend die wij ook aan Texel Energie hebben betaald, heb hier niet de kosten van Enexis en Fudura meegenomen, deze bedragen ook nog eens € 0,13 per KWh.
In reactie daarop schrijft Grit namens Gelmo op 3 juli 2022:
Uit je onderstaande reactie begrijp ik dat er een verdienmodel op de gas en elektraprijzen, de afrekening, zit vanuit de [XX] O.G., dat lijkt mij niet de bedoeling.
De verhuurder verrekend de tarieven door aan de huurder. Deze tarieven zijn transparant en vrij opvraagbaar. Hier zit per leverancier geen groot verschil tussen.
Ik heb in nu en in het verleden 15 panden tot mijn beschikking gehad waar ik heel goed weet hoe de energietarieven werken en een extreem hoog gemiddelde nemen over een jaar komt niet voor.
Ik stel voor:
Van juli 2021 - januari 2022 laag tarief zoals deze was.
Vanaf januari 2022 - juni 2022 het variabele tarief wat ca. 1.81 euro-2.19 euro incl. btw is doorbelasten.
M.a.w. transparant wat het geeft gekost en wat Gelmo moet bijbetalen.
Uit deze schriftelijke verklaring van Gelmo kon [appellanten] in redelijkheid niet afleiden dat Gelmo akkoord was met een niet nader onderbouwd tarief van € 2,19 per m3. Integendeel. Uit de gebezigde bewoordingen door Grit blijkt dat Gelmo vasthoudt aan de contractuele systematiek dat de door [appellanten] betaalde prijs aan de energieleverancier wordt doorbelast aan Gelmo. Dat blijkt zowel uit de woorden “het variabele tarief doorbelasten” en “transparant wat het geeft (lees: heeft, hof) gekost”. Andere verklaringen of gedragingen waaruit die overeenstemming over het tarief van € 2,19 wel zou blijken zijn niet gesteld of gebleken.
Dit betekent dat de grieven falen voor zover [appellanten] betoogt dat het gas mocht worden doorbelast tegen een overeengekomen prijs van € 2,19 inclusief dan wel exclusief btw.
[appellanten] stelt zich subsidiair op het standpunt dat het gas dient te worden afgerekend tegen het tarief van € 1,42 exclusief btw dat de leverancier aan Van den
Bergh als verhuurder werkelijk in rekening heeft gebracht. [appellanten] verwijst daartoe naar een eindafrekening over de periode van 28 juli 2021 t/m 6 juni 2022. Uit deze eindafrekening van leverancier Texel Energie blijkt, aldus [appellanten] , het werkelijke verbruik en tarief dat aan [appellanten] in rekening is gebracht.
De eindafrekening van Texel Energie laat immers zien dat er 8.472 m3 is verbruikt voor een totaalprijs van € 12.016,91 excl. BTW wat neer komt op € 1,42 excl. BTW per m3, aldus [appellanten]
Gelmo bestrijdt, kort gezegd, dat van deze prijs kan worden uitgegaan over de gehele door [appellanten] gefactureerde periode omdat het slechts gaat om een eindafrekening van Texel Energie van 28 juli 2021 t/m 6 juni 2022.
Het hof overweegt als volgt.
Nu de stelling van [appellanten] dat sprake is van een overeengekomen tarief van 2,19 niet is komen vast te staan, dient te worden aangesloten bij het tarief dat daadwerkelijk door [appellanten] aan haar gasleverancier is betaald. [appellanten] gaat daarbij uit van de volgende tarieven:
-
3 april 2018 t/m 3 april 2021 12.312 m3 € 0,66 excl btw € 8.125,92
-
4 april 2021 t/m 13 juni 2022 4.788 m3 € 1,42 excl btw € 6.798,96
-
13 juni 2022 t/m 27 januari 2023 606 m3 € 1,80 excl btw € 1.090,80
plus vaste leveringskosten 228 € 0,17 excl btw € 38,76
ad periode a:
Over het gehanteerde tarief over periode a zijn partijen het vrijwel eens. [appellanten] hanteert een tarief van € 0,66 en Gelmo van € 0,655 per m3. Het hof zal [appellanten] volgen in de gehanteerde afronding op € 0,66.
ad periode b:
[appellanten] verwijst voor het gehanteerde tarief over periode b naar de factuur van Texel Energie. Daaruit blijkt inderdaad een gefactureerd tarief van € 1,42, maar slechts over de periode van 28 juli 2021 tot en met 6 juni 2022.
[appellanten] heeft ook in hoger beroep niet aangetoond welk tarief zij betaald heeft over de periode van 4 april 2021 t/m 27 juli 2021. Het hof zal daarom met Gelmo uitgaan van het volgende tarief:
- 4 april 2021 t/m 27 juli 2021 € 0,66 per m3 (115 dagen);
- 28 juli 2021 t/m 12 juni 2022 € 1,42 per m3 (321 dagen).
In die totale periode is sprake van een verbruik van 4.788 m3. Gelmo gaat in haar berekening uit van een evenredig hoog gasverbruik per maand over beide deelperiodes. Het hof volgt [appellanten] in de stelling dat het gemiddeld gasverbuik per maand aanzienlijk lager moet zijn geweest in de periode van 4 april t/m 28 juli 2021 dan in de periode 28 juli 2021 t/m 12 juni 2022. Ervan uitgaande dat het gemiddeld gasverbruik per maand in de eerste periode (in de zomer) de helft is geweest van het gemiddeld gasverbruik per maand in de tweede periode (inclusief winter), gaat het hof uit van een aandeel van 18% in het gasverbuik in de eerste periode. Dat leidt tot de volgende berekening:
- 4 april 2021 t/m 27 juli 2021 € 0,66 x 862 m3 = € 568,92
- 28 juli 2021 t/m 12 juni 2022 € 1,42 x 3.926 m3 = € 5.574,92
€ 6.143,84
ad periode c
[appellanten] volstaat met een verwijzing naar een overzicht met de gemiddelde energietarieven voor consumenten in de periode van 2018-2023. Daarmee heeft [appellanten] geenszins onderbouwd dat hij € 1,80 plus de door haar gestelde vaste leveringskosten heeft voldaan aan haar energieleverancier, terwijl dat wel op zijn weg had gelegen. Het hof zal derhalve met Gelmo uitgaan van een tarief van 1,42 per m3 over die periode:
€ 1,42 x 606 m3 = € 860,52
Het voorgaande leidt tot de volgende correctie van de facturen waarvan betaling wordt verzocht:
Op factuur 2022.060 is over de periode van 4 april 2021 t/m 12 juni 2022 aan gasverbruik € 10.485,72 in rekening gebracht. Dit dient € 6.143,84 te zijn.
In de door [appellanten] gehanteerde systematiek leidt dit tot een te factureren totaal gasverbruik van € 4.269,76 exclusief btw (€ 14.269,76 minus betaalde voorschotten ad € 10.000,--).
In totaal is Gelmo derhalve conform de door [appellanten] gehanteerde systematiek verschuldigd € 4.269,76 exclusief btw minus € 3.374,12 (verrekening elektriciteit) = € 895,64 te vermeerderen met de btw over € 4.269,76.
Factuur 2022.134 dient voor wat betreft het gefactureerde gasverbruik verminderd te worden tot € 860,52 exclusief btw.
Dit leidt tot een verschuldigd bedrag van € 860,52 minus betaald voorschot ad € 200,-- = € 660,52 exclusief btw over € 860,52.
Eerst tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft Gelmo aangevoerd dat ook de (reeds betaalde) facturen met nummers 20222.125 en 2022.149 in de rechtsstrijd dienen te worden betrokken. Dit beroep had Gelmo eerder kunnen doen en wordt als is in strijd met de tweeconclusie-regel niet meer bij de beoordeling betrokken.
[appellanten] geeft eerst in hoger beroep een nadere en toereikende onderbouwing van (een deel van) de vordering. Het hof zal de gevorderde wettelijke rente eerst toewijzen vanaf 14 dagen na deze beslissing. Het vorenstaande betekent ook dat de gevorderde boetebedragen worden afgewezen. Omdat na verrekening van de in het bestreden vonnis in reconventie toegewezen waarborgsom feitelijk geen vordering van [appellanten] voor aanvang van deze procedure resteerde, zullen ook de buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.
Beide partijen zijn op onderdelen in het ongelijk gesteld. Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4 De uitspraak
Het hof:
vernietigt het bestreden vonnis voor zover de vorderingen van [appellanten] daarbij zijn afgewezen en opnieuw rechtdoende:
-
veroordeelt Gelmo tot betaling aan [appellanten] van € 895,64 en € 660,52, te vermeerderen met btw als vermeld onder 3.6.9 en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na deze beslissing;
-
verklaart de beslissing met betrekking tot deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
-
wijst af het meer of anders gevorderde;
bekrachtigt de bestreden beslissing voor het overige;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, F.M.T. Quaadvliet en H.F.P. van Gastel en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2025.
griffier rolraadsheer