Strafrecht overig
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juni 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2924 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2017-2924
Zaakgegevens
Op 14 juni 2017 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 juni 2017
- Datum publicatie
- 28 juni 2017
- Zaaknummer
- 20-000461-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2017:2924
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2017:2924
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:634Hoge Raad · 27 augustus 2024
ECLI:NL:HR:2024:1092
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-000461-16
Uitspraak : 14 juni 2017
VERSTEK, DNIP
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 17 februari 2016 in de strafzaak met parketnummer
02-800374-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis, waarvan beroep, is verdachte ter zake van het plegen van openlijk geweld jegens drie politieambtenaren veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel toegewezen tot een bedrag van € 500,00, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] geheel toegewezen tot een bedrag van € 1.150,00 en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van
€ 2.070,00, telkens met vermeerdering met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ten slotte heeft de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, wegens een gebrek aan grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven, dan wel daartoe een advocaat heeft gemachtigd. Het hof komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door
mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 14 juni 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.