Strafrecht overig

Het hof wijst de ontnemingsvordering af, omdat de betrokkene in de hoofdzaak is vrijgesproken (zie…

Zaakgegevens

Op 22 november 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 november 2021
Datum publicatie
24 november 2021
Zaaknummer
20-001817-18
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:3546
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het hof wijst de ontnemingsvordering af, omdat de betrokkene in de hoofdzaak is vrijgesproken (zie ECLI:NL:GHSHE:2021:3544).

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 februari 2015

    ECLI:NL:RBZWB:2015:721
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 november 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3544
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 november 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3546

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-001817-18

Uitspraak : 22 november 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 mei 2018 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-997151-09 tegen:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] [land] ), [adres] .

Hoger beroep

Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden afgewezen. Subsidiair heeft zij verzocht deze vordering aanzienlijk te matigen en de berekening te laten plaatsvinden op basis van de kasopstelling dan wel de transactieberekening uit te voeren aan de hand van deugdelijk onderbouwde paramaters. Daarnaast moet de betalingsverplichting worden verlaagd wegens een ernstige schending van de redelijke termijn.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.

Vordering

De schriftelijke vordering van de advocaat-generaal strekt in navolging van de beslissing van de rechtbank tot de vaststelling van het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 979.696,67 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot datzelfde bedrag.

Beoordeling

De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 22 november 2021 (parketnummer 20-000531-15) vrijgesproken van al het tenlastegelegde. De vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de advocaat-generaal moet derhalve worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.

Aldus gewezen door:

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. H.N. Brouwer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 22 november 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Brouwer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.