Strafrecht overig
Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats…
ECLI:NL:GHSHE:2022:1635 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-1635
Zaakgegevens
Op 18 mei 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 18 mei 2022
- Datum publicatie
- 23 mei 2022
- Zaaknummer
- 20-002899-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1635
Samenvatting
Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Verduistering.
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-002899-19
Uitspraak : 18 mei 2022
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 3 september 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-028114-18, 01-034873-18, 01-077623-18, 01-184443-18 en 01-249754-18, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de rechtbank ter zake van poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming (onder 1 tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 01-028114-18), tweemaal opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod (onder 2 tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 01-028114-18 en tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 01-184443-18), verduistering (subsidiair tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 01-034873-18), diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 01-077623-18) en diefstal (primair tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 01-249754-18), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank een beslissing genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen.
Van de zijde van de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank integraal zal bevestigen.
De verdediging heeft bepleit dat het hof de verdachte dient vrij te spreken ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-028114-18, het subsidiair tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-034873-18 en het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-077623-18. Voorts heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof op enkele onderdelen tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
in de zaak met parketnummer 01-028114-18:
1.
hij op of omstreeks 7 februari 2018 te ‘s-Hertogenbosch, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand genaamd [bedrijf 1] , gelegen aan/bij [adres 2] , een of meer goederen, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemd(e) (bedrijfs)pand [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), weg te nemen, en verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, waarbij verdachte opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar dat pand toe is/zijn gegaan, waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), het terrein heeft/hebben betreden middels een gat in het hekwerk en/of (vervolgens) op/over een hekwerk is/zijn geklommen en/of (vervolgens) een deur van een (fietsen)schuur heeft/hebben geopend en/of (vervolgens) door een gat in de muur is/zijn geklommen en/of vervolgens voornoemd pand is/zijn binnengegaan en/of voornoemd pand heeft/hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 7 februari 2018 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,5 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in de zaak met parketnummer 01-034873-18 (gevoegd):
hij op of omstreeks 20 februari 2018 te 's-Hertogenbosch, een elektriciteitskabel en/of een hoeveelheid lood, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden :
hij op of omstreeks 20 februari 2018 te 's-Hertogenbosch opzettelijk een elektriciteitskabel en/of een hoeveelheid lood, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
in de zaak met parketnummer 01-077623-18 (gevoegd):
hij op of omstreeks 19 april 2018 te Sint-Michielsgestel , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid koper, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan de gemeente Sint-Michielsgestel , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
in de zaak met parketnummer 01-184443-18 (gevoegd):
hij op of omstreeks 26 juli 2018 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,39 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in de zaak met parketnummer 01-249754-18 (gevoegd):
hij op of omstreeks 6 december 2018 te Vught een hoeveelheid koper, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheid koper onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 december 2018 te Vught ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid koper, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijf 2] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft hij, verdachte,
- zich de toegang tot één of meerdere (leegstaande) panden aan de [locatie 1] en/of de [locatie 2] verschaft, en/of
- zijn werkhandschoenen aangedaan en/of (vervolgens) koper gepakt, gestript en/of in zijn tas gestopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 december 2018 te Vught in de woning, het besloten lokaal en/of het erf op/aan de [locatie 1] bij een ander, te weten bij [bedrijf 2] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak van het primair tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-034873-18
Het hof is met de rechtbank, de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-034873-18, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-028114-18 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-034873-18 subsidiair en in de zaak met parketnummer 01-077623-18 en in de zaak met parketnummer 01-184443-18 en in de zaak met parketnummer 01-249754-18 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
in de zaak met parketnummer 01-028114-18:
1.
hij op 7 februari 2018 te ‘s-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand genaamd [bedrijf 1] , gelegen aan [adres 2] , een of meer goederen, toebehorende aan voornoemd bedrijfspand [bedrijf 1] , weg te nemen, en verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot dat pand te verschaffen en die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van inklimming, waarbij verdachte opzettelijk met zijn mededaders naar dat pand toe is gegaan, waarna hij, verdachte, en zijn mededaders het terrein hebben betreden middels een gat in het hekwerk en vervolgens door een gat in de muur zijn geklommen en vervolgens voornoemd pand zijn binnengegaan en voornoemd pand hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op 7 februari 2018 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,5 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de zaak met parketnummer 01-034873-18 (gevoegd):
hij op 20 februari 2018 te 's-Hertogenbosch opzettelijk een elektriciteitskabel en een hoeveelheid lood, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
in de zaak met parketnummer 01-077623-18 (gevoegd):
hij op 19 april 2018 te Sint-Michielsgestel tezamen en in vereniging met anderen een hoeveelheid koper, dat toebehoorde aan de gemeente Sint-Michielsgestel , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
in de zaak met parketnummer 01-184443-18 (gevoegd):
hij op 26 juli 2018 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,39 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de zaak met parketnummer 01-249754-18 (gevoegd):
hij op 6 december 2018 te Vught een hoeveelheid koper, dat toebehoorde aan [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
In de zaak met parketnummer 01-028114-18.
In de volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, District ‘s-Hertogenbosch, Basisteam ‘s-Hertogenbosch, registratienummer PL2100-2018025985, sluitingsdatum 15 april 2018, pagina 1 tot en met 140, nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
Ten aanzien van feit 1:
1.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 8 februari 2018 (pg. 83 t/m 88), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:
P. 83
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
P. 84
V: Wat is er gebeurd?
A: We waren onderweg en we liepen langs het gebouw. Vroeger zat daar de [bedrijf 3] in. Daar hadden we het over. Dat pand staat al 5-6 jaar leeg.
P. 85
V: Wat was de route om uiteindelijk in de ruimte bij het gat te komen?
A: Er zat een groot gat in het hek. Wij kropen er doorheen. Bij de derde deur gingen we naar binnen.
2.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant, d.d. 9 februari 2018, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:
Ik ben inderdaad op 7 februari 2018 samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in een pand van [bedrijf 3] in ‘s-Hertogenbosch geweest. Dat pand staat al heel lang leeg. Ik ging daar naartoe om te struinen, om te kijken of er mogelijk iets zou liggen.
3.
Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant, d.d. 17 september 2018, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
Ik ben een maand of twee geleden voor die kwestie van 7 februari 2018 bij de [bedrijf 3] veroordeeld. Op die avond ben ik samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] , ik weet nu dat hij [verdachte] heet, op pad gegaan. Het was de bedoeling dat wij naar een slooppand zouden gaan om te kijken of daar koper, roestvrijstaal of lood te vinden was, dit om een centje bij te verdienen. Wij kwamen op enig moment bij de [bedrijf 3] aan. Dat pand van de [bedrijf 3] zag er niet uit als een slooppand. Er stonden ook hekken omheen en in een van die hekken zat een provisorisch dichtgemaakte opening. We zijn door dat hek geklommen en door een op een kier openstaande deur naar binnen gegaan en daar zag ik een groot gat in de muur. Ik ben achter het gat in de muur in die ruimte blijven zitten. [medeverdachte 1] en [verdachte] liepen verder en zijn door een deur gegaan. Ik had inderdaad een tas met gereedschap bij me. Die tas lag eerder bij [verdachte] . Het klopt dat in die tas ook een tas van [verdachte] zat. Ik dacht dat ik wel wat centjes kon verdienen. Ik ben wel eerder met [verdachte] op pad geweest en heb uit slooppanden koper of ijzer gehaald.
4.
Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant, d.d. 15 oktober 2018, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:
Ik weet nog dat ik op 7 februari 2018 samen met [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) en [medeverdachte 2] op de fiets naar het oude [bedrijf 3] gebouw te ‘s-Hertogenbosch ben gereden. Er stonden wel hekken omheen, maar in een van die hekken zat een gat. Wij zijn met zijn drieën door dat gat gekropen. Ik weet nog dat wij daar binnen waren en dat [verdachte] en ik naar de grote hal zijn gelopen. Binnen een paar minuten stond de politie er. Ik weet nog wel dat wij in dat gebouw door een al bestaand gat zijn geklommen en dat ik mijn jas daarvoor uit moest doen omdat ik er anders niet doorheen kwam. Het klopt dat ik samen met [verdachte] via de nooduitgang naar buiten ben gegaan. Daar stond de politie klaar. Ik weet nog wel dat [verdachte] tegen mij heeft gezegd dat ik dadelijk geld zou hebben.
5.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 februari 2018 (pg. 7 t/m 9), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1] , namens [bedrijf 1] :
P. 7
Ik doe aangifte van inbraak. Wij huren het pand aan [adres 2] van het bedrijf [bedrijf 1] en in die hoedanigheid gerechtigd tot het doen van aangifte.
Dit bedrijf wordt momenteel alleen gebruikt voor opslag.
P. 8
Omdat er de afgelopen weken zo vaak ingebroken is, heeft de politie een ‘baken’ geplaatst. Dit baken zit sinds 5 februari 2018 geplaatst op de deur. Op het moment dat iemand deze deur open zou doen, zou de politie een melding krijgen.
Op 7 februari 2018 omstreeks 22:25 uur werd ik gebeld door de politie. De politie
had op dat moment het pand omsingeld, omdat er een melding van het baken was gekomen.
Ik heb de verlichting aangezet en ik ben samen met de politieagenten naar de deur gelopen, welke, vanuit de lege ruimte, toegang geeft tot het bedrijventerrein. In deze lege ruimte, dit betreft de ruimte achter de ruimte met de meters, werd de eerste persoon al aangehouden. Ik heb vervolgens buiten gewacht en heb gezien dat er nog 2 personen aangehouden zijn.
6.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2018 (pg. 10 en 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op 7 februari 2018 omstreeks 22.20 uur, hoorde ik politiemedewerker [verbalisant 2] middels de portofoon doorgeven dat er middels het technische hulpmiddel beweging was waargenomen hij het pand aan [adres 2] .
Omstreeks 22.50 uur hoorde ik meerdere collega’s over de portofoon roepen dat er twee verdachten aan de voorzijde via de nooddeur bij de laadperrons naar buiten kwamen.
Ik zag de naar later gebleken verdachte [medeverdachte 2] op de grond zitten tussen de gepelde kabels. Ik deelde hem mede dat hij was aangehouden ter zake van inbraak in een bedrijf en diefstal van koper.
Ik zag dat in de ruimte waar de verdachte [medeverdachte 2] werd aangehouden vier tassen onder een opbergrek lagen. Ik zag dat genoemde tassen gevuld waren met gereedschap.
Ten aanzien van feit 2:
1.
De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 februari 2018 (pg. 76 en 77), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Plaats: [adres 2]
Omstandigheden: Jas is aangetroffen op de plaat delict, in de jas was speed aanwezig
Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats]
Object: Verdovende mid (Amfetamine)
Datum beslissing hovj: 7 februari 2018
2.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 februari 2018 (pg. 97 en 98), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:
Ik had een zakje speed in mijn jas. Het zat in een zak op de linkermouw van mijn jas. Ik gebruik al 8 à 9 jaar speed.
3.
Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 10 februari 2018 (pg. 65), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Op 10 februari 2018 ontving ik uit handen van [medeverdachte 3] een doorzichtig gripzakje met hierin een witte plakkerige substantie. Qua kleur en samenstelling leek dit op amfetamine. Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof positief reageerde op de aanwezigheid van amfetamine. Ik woog met een geijkte weegschaal de stof en zag dat dit 2,5 gram betrof (netto gewicht).
In de zaak met parketnummer 01-034873-19 (gevoegd).
In de volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, District ‘s-Hertogenbosch, Basisteam ‘s-Hertogenbosch, registratienummer PL2100-2018034146, sluitingsdatum 15 maart 2018, pagina 1 tot en met 50, nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2018 (pg. 7 t/m 9), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
P. 7
Op 20 februari 2018, omstreeks 00.30 uur, reed ik in een opvallende surveillance
eenheid over de Balkweg te ‘s-Hertogenbosch vanuit de richting van de Ploegweg in de richting van de Hervensehaan te ‘s-Hertogenbosch. Ik zag dat een man op een zwarte fiets reed. Ik zag dat de man op de fiets vervolgens vanaf de Hervensebaan linksaf de Balkweg op reed in de richting de Eerste Hervensedreef te
‘s-Hertogenbosch.
Ik keek bij het passeren de man aan en ik herkende de ambtshalve mij bekende [verdachte] . Ik zag dat hij op een zwartkleurige damesfiets reed met aan de achterzijde twee tassen, waarvan er op een de tekst van de [bedrijf 4] vermeld stond. Ik zag tevens bij het passeren dat [verdachte] niets met zich mee droeg en dat beide fietstassen netjes gesloten waren.
P. 8
Ik zag op het moment dat ik vanaf de Eerste Hervensebaan de wijk de Herven uit reed op de Balkweg aan mijn rechterzijde [verdachte] reed op zijn fiets. Ik zag dat [verdachte] met zijn fiets net vanaf de Balkweg de Hervensebaan op reed en op de kruising met zijn fiets op de grond viel. Ik ben op [verdachte] afgereden.
Ik zag achtereenvolgens dat er bij [verdachte] :
- zijn fiets op de grond lag;
- de beide fietstassen gevuld waren;
- dat er een grote kabel op de grond lag.
Ik zag dat [verdachte] enkele stukken lood van de openbare weg oppakte. Ik zag dat de beide fietstassen ook gevuld waren met lood. Ik heb daarop tegen [verdachte] gezegd dat hij was aangehouden voor koperdiefstal en overige metalen.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2018 (pg. 6), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Op 20 februari 2018, omstreeks 02:02 uur, kreeg ik van de chef van dienst, [verbalisant 4]
, het verzoek een aantal goederen te bekijken. Dit betroffen goederen welke door hem in beslag genomen waren onder een verdachte van koper- / metaaldiefstal. Ik zag dat dit een hoeveelheid loodslappen betrof en een lang stuk dikke grijskleurige stroomkabel welke opgerold was. Ik herkende voor 100 procent de dikke grijskleurige stroomkabel als zijnde een stuk stroomkabel welke ik de dag eerder had aangetroffen.
De genoemde grijskleurige stroomkabel was door mij op 19 februari 2018, omstreeks 02:20 uur, aangetroffen buiten het hekwerk van een bouwlocatie, gelegen naast het autobedrijf [bedrijf 5] , aan de Balkweg te ‘s-Hertogenbosch. Alhier lagen twee grote rollen, dikke grijskleurige stroomkabel. Het bouwterrein was rondom afgezet met bouwhekken.
Ik heb vervolgens de aangetroffen rollen grijskleurige stroomkabels teruggelegd op het bouwterrein. Ik had de kabels op een dusdanige manier weggelegd dat deze niet zichtbaar waren, gezien vanaf de buitenkant van de bouwhekken.
Op 20 februari 2018, omstreeks 03:12 uur, ben ik op de hierboven genoemde locatie gaan kijken of de aldaar door mij achtergelaten stroomkabels er nog lagen. Ik zag dat beide stroomkabels niet meer op de locatie lagen alwaar ik ze had achtergelaten.
3.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 20 februari 2018 (pg. 40 t/m 43), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
V: Wat heb je gisteren gedaan?
A: Gisteravond ben ik een fiets gaan lenen en heb ik twee van die stevige posttassen geleend. Toen ben ik naar, ik weet niet eens hoe die weg heet, daar zit de [bedrijf 6] en [bedrijf 7] , waar vroeger [bedrijf 5] autohandelaar zat, gegaan. Daarnaast heb je een bospad. Daar ben ik naartoe gefietst om het lood wat daar lag op te laden.
V: Hoe wist je dat daar lood lag?
A: De andere dag ‘s ochtends ben ik terug gegaan, naar die plek om te kijken wat daar nou was. Toen ben ik dat stuk door de bosjes helemaal afgestruind. Er lag allemaal lood op een plek verstopt, op een hoop, bedekt met blad en bramenstruiken. Het lag een beetje onderin, in elk geval goed verstopt. Toen ben ik weggegaan, tenminste heb ik verder gezocht. Er lag rond de 100 à 120 kilo aan lood. Nou dan praat je over € 150,- als je dat zo inlevert. Daarom ben ik later die middag een fiets gaan regelen met twee van die zwarte posttassen van de [bedrijf 4] erop. Om dat ‘s nachts op te kunnen halen. Ik ben ‘s avonds eerst met de fiets gegaan, want ik had die tassen nog niet geleend, omstreeks 17:30 uur of 18:30 uur. Toen heb ik dat lood onder die struiken vandaan getrokken en heb ik het neergegooid op een plek dat het buiten de bosjes lag, zeg maar op het trottoir. Dit zodat ik het makkelijker kon laden. Toen ben ik naar huis gefietst om een hapje te eten. Toen ben ik daarna achter die twee tassen aangegaan en toen was het inmiddels 23:30 ofzo. Toen ben ik die kant weer gefietst en heb ik het lood ingeladen, zodanig dat ik alles kon meenemen. Ik ben nog die struikjes doorgewandeld, met een zaklamp, om te kijken of ik nog een stuk lood had laten liggen of iets. Toen struikelde ik bijna nog over iets, wat opgerold was en onder het blad lag. Dat was een stuk kabel wat
opgerold was en bij elkaar gebonden. Dat was niet veel, een klein rolletje van ongeveer 15 à 20 kilo. Dus die heb ik ook opgepakt en toen ben ik aangefietst, maar het stuur zat los en ik ging onderuit. Ik was bezig om alles snel richting fietspad te leggen om de weg vrij te houden en in een keer stond de politie daar.
In de zaak met parketnummer 01-077623-18 (gevoegd).
In de volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, District ‘s-Hertogenbosch, Basisteam Meierij, registratienummer PL2100-2018074650, sluitingsdatum 8 mei 2018, pagina 1 tot en met 52, nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 april 2018 (pg. 4 t/m 7), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :
P. 4
Op 19 april 2018, omstreeks 11:27 uur, kregen wij de melding dat er zojuist een
drietal mannen waren aangetroffen door een melder in het voormalige gemeentehuis te Sint Michielsgestel (hof: hierna ook Gestel genoemd). Wij zijn direct ter plaatse gegaan en al snel bleek dat er een inbraak had plaatsgevonden, de achterdeur van het gemeentehuis was opengebroken en in een van de kantoren werden gereedschappen, te weten kniptangen en een aantal afgeknipte koperen kranen, aangetroffen. Aangever heeft de drie mannen overlopen in het gemeentehuis welke doende waren met de diefstal.
Aangever had foto’s gemaakt van een van de mannen welke uit het gebouw kwamen en liet deze aan mij, verbalisant [verbalisant 7] , zien. Ik zag op het telefoonscherm van aangever dat er een blanke man te zien was gekleed in een zwartkleurig trainingsjack voorzien van rode/blauwe letters aan de achterzijde. [verbalisant 7] herkende het jack als zijnde een trainingsjack van FC Den Bosch voorzien van sponsor ‘Skala’ van een aantal jaar geleden. Deze man droeg tevens een grijskleurige baseballcap en had een donkerkleurige broek aan. Na de opgenomen aangifte zijn wij direct gaan uitkijken naar de drie mannen.
Omstreeks 12:40 uur reden wij ter hoogte van het nieuwe gemeentehuis te Sint Michielsgestel aan de Theerestraat. Aldaar zag ik, verbalisant [verbalisant 6] , een blanke man gekleed in een zwartkleurig hemd en in een zwarte trainingsbroek. Ik zag dat hij
P. 5
op een fiets fietste die voorzien was van zwarte fietstassen. Ik zag dat de fietstassen bol stonden. Wij hebben de man staande gehouden. De fiets waarop de man gefietst had was voorzien van een tweetal zwartkleurige fietstassen welke daarna door ons is bekeken om de identiteit van de man te achterhalen. In de rechter fietstas trof ik, verbalisant [verbalisant 7] , een zwartkleurig trainingsjack voorzien van blauw/rode letters: ‘Skala’. Daarop heb ik, verbalisant, de man aangehouden ter zake van de inbraak bij het oude gemeentehuis. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , trof in de fietstassen een beige jute zak gevuld met koperen kranen en onderdelen ervan. Ik nam de jute zak met inhoud mee naar het oude gemeentehuis van Gestel en samen met aangever voerden wij een onderzoek uit naar de afkomst van de inhoud. Wij concludeerden dat er 1 sifon met buizen, 1 mengkraan en enkele stukje waterleidingen weggenomen waren uit het oude gemeentehuis van Gestel . De buizen zijn middels een knijpvoorwerp dan wel gereedschap losgemaakt. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , trof een zwartkleurig tasje met als inhoud diverse gereedschappen, te weten ijzerzagen, schroevendraaiers en een Stanley mes. Ook kwam uit de fietstassen een grijskleurige baseballcap. Ik haalde uit de rechterjaszak van het jack met ‘Skala’ erop, een zwarte zaklamp met wit zand voorop.
In het oude gemeentehuis zijn onbevoegden in de kruipruimte geweest. Dit verklaarde aangever en ik zag het door het vele witte zand dat rondom het kruipgat te zien was. Aangever verklaarde dat het witte zand niet eerder rondom het kruipgat lag. Bij de deur die het dichtstbijzijnd was van het kruipgat lag aan de buitenzijde een stuk verpakking van een zaklamp. De zaklamp die verdachte in zijn rechterjaszak had zitten past precies in deze verpakking.
2.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 april 2018 (pg. 23 t/m 26), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 2] , namens gemeente Sint Michielsgestel :
P. 23
Ik doe aangifte ter zake inbraak middels braak en verbreking.
Aan [adres 3] is een pand gevestigd dat voorheen fungeerde als het gemeentehuis
P. 24
Op 19 april 2018 omstreeks 11:15 uur betrad ik het pand via de voorzijde en liep richting de centrale hal. Ik zag dat bijna alle deuren openstonden, terwijl ik deze eerder had gesloten. Ik liep een stukje door en hoorde een geluid alsof er iemand binnen was.
Ik hoorde het geluid duidelijker en op het moment dat ik een hoek om ging zag ik een persoon wegrennen. Ik liep achter de persoon aan en zag dat wij het pand via de achterzijde verlieten. Ik zag dat wij via de verst gelegen achterdeur het pand verlieten. Ik pakte mijn telefoon en begon foto’s te maken.
Ik zag dat de persoon waarachter ik aan liep een man betrof, met een blanke huidskleur, en geheel in het zwart gekleed was. Ik zag dat de man wegrende naar een andere persoon die bij een zandberg stond. De man bij de zandberg betrof een persoon met een donkere huidskleur, kort zwart krulhaar, droeg een lichtblauwe spijkerbroek en een zwart T-shirt.
Op het moment dat ik de foto’s aan het maken was passeerde rechts van mij een andere persoon. Ik zag dat het een man betrof niet een blanke huidskleur, grijs haar had, die een lichtkleurig petje droeg, een zwarte broek aan had en een zwarte jas droeg met achterop de rug de tekst ‘Skala’.
Ik zag dat de man mij passeerde en dat hij zijn gezicht niet liet zien en dus wegkeek van mij vandaan. Ik zag dat de drie mannen samen stonden en vervolgens wegrenden naar de Nieuwstraat.
Ik ben vervolgens door het pand gaan lopen en vond in een ruimte twee fietsen, een
herenfiets en een bakfiets. In een andere ruimte zag ik op de grond een tas staan met erin gereedschap en nog een tas met erin boodschappen. In diezelfde ruimte zag ik dat er veel kabels uit het plafond hingen die er eerst niet zo bij hingen. Ik zag ook dat er kabels beschadigd dan wel doorgeknipt waren wat eerst niet was. Ik zag in een andere ruimte dat een kraan ontbrak bij een boiler. Ook zag ik in het pand op twee verschillenden locaties waterplekken die er eerst niet waren.
Tevens zag ik dat een plank die een van de kruipruimtes bedekt, was verschoven en dus niet geheel gesloten was. Ik zag rondom dat luik erg veel wit zand lag, terwijl dit eerst niet was toen ik het pand voor het laatst aan de binnenzijde had bekeken. Ik zag tevens in de kruipruimte verschuivingen van zand.
Uiteindelijk zijn wij aan de buitenzijde enkele deuren gaan bekijken. Wij zagen dat een deur op een kier stond die eigenlijk dicht behoorde te zitten. Wij zagen dat de klink en het slotplaat geheel verwijderd was. Wij zagen ook dat achter het slotplaat was geknoeid om een mooi rechthoekig geheel te maken. Middels deze deur zijn de daders binnen gekomen.
P. 25
Ik weet dat we nu alleen een mengkraan missen en enkele leidingen die bij een boiler horen. Mochten we meer missen zal ik dit doorgeven.
Goederenlijst:
- 4 stuks koper, leidingen van boiler naar mengkraan;
- 1 kraan, behorende bij de boiler;
- 2 chiffons, behorende bij een wasbak in de toiletruimte;
- 1 zak met gereedschap (3x ijzerzaag, breekijzer, 3x zaklamp, 2x kniptang, stanleymes, vulling ijzerzaag, 2x slot, kruiskopschroevendraaier);
- 1 jute zak (daarin 2x chiffon, kraan, 2x leiding).
3.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 19 april 2018 (pg. 32 t/m 36), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
V: De politie trof u aan op een fiets van het merk Batavus. Van wie is deze fiets?
A: De fiets is van mij, inclusief de fietstassen en de trekhaakkogel.
V: in de fietstas zaten onder andere een grijze baseballpet en een jack met op de rug de opdruk SKALA. Van wie zijn deze pet en jas.
A: Van mij.
V: In uw fietstassen trof de politie jute zakken aan met daarin kranen en koperen leidingen welke afkomstig zijn van de inbraak uit dat gemeentehuis. Wat kunt u hierover verklaren?
V: Wat wilde u met deze goederen doen?
A: Dat wilde ik zo snel mogelijk achterover drukken. Da’s hetzelfde als statiegeld flessen.
In de zaak met parketnummer 01-184443-18 (gevoegd).
In de volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, District ‘s-Hertogenbosch, Basisteam ‘s-Hertogenbosch, registratienummer PL2100-2018147854, sluitingsdatum 10 augustus 2018, pagina 1 tot en met 33, nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (pg. 3 en 4), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] :
Wij waren op 26 juli 2018 op de locatie [adres 4] . Tijdens deze ondersteuning zagen wij op de salontafel een bakje met vermoedelijk amfetamine liggen. Aan verdachte [verdachte] werd gevraagd of hij nog meer verdovende middelen had liggen. Hierop zagen wij dat de verdachte naar de vriezer in de keuken liep en daar een zakje met witte pasta uit de vriezer haalde. Hij zei tegen ons: je weet toch dat ik speed gebruik.
Hulpofficier van justitie [verbalisant 10] was aanwezig bij de doorzoeking, welke om 16.45 uur werd geopend en om 17.30 uur werd gesloten door mr. [verbalisant 11] , rechter-commissaris van de rechtbank Oost-Brabant.
Tijdens deze doorzoeking werden er goederen in beslag genomen:
- Zakje met witte substantie, 2,75 gram, vermoedelijk amfetamine;
- Bakje met witte kristallen, 0,64 gram, vermoedelijk amfetamine.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (pg. 10 en 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :
Op 26 juli 2018 werden aan mij een doorzichtig doosje met inhoud overhandigd en een gripzakje met wit/gelige pasta.
Aan mij werd een doorzichtig doosje overhandigd. Ik zag dat er in het doosje
kristallen zaten, welke de kenmerkende geur hadden van amfetamine. Het nettogewicht van de kristallen bedraagt 0,64 gram. Door mij werd een willekeurig monster genomen van het kristal en indicatief getest. Ik zag dat de test positief reageerde op de aanwezigheid van amfetamine.
Aan mij werd een gripzakje met wit/gelige pasta overhandigd en de pasta had de
kenmerkende geur van amfetamine. Door mij werd een willekeurig monster genomen van de inhoud en heb dit indicatief getest. Ik zag dat de test positief reageerde op de aanwezigheid van amfetamine. Voor mij was het niet mogelijk om het nettogewicht van de pasta te wegen. Het brutogewicht (gripzakje met de pasta) betreft: 2,75 gram.
(hof: opgeteld in totaal 2,75 gram + 0,64 gram = 3,39 gram amfetamine)
3.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 8 augustus 2018 (pg. 26 t/m 29), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
V: In jouw woning werd op 26 juli 2018 een doorzichtig doosjes aangetroffen, het doosje had netto 0,64 gram amfetamine. Verder werd nog een gripzakje met pasta aangetroffen met een netto gewicht van 2 gram, dit betrof ook amfetamine. Wat was dit voor drugs dat op 28 juli 2018 (het hof begrijpt: 26 juli 2018) in jouw woning was aangetroffen?
A: Voor mij gewoon speed.
V: Hoe weet jij dat dit speed betrof?
A: Ik gebruik zelf nooit anders, alleen speed. Ze weten dat ik al vanaf 2010 speed gebruik.
In de zaak met parketnummer 01-249754-18 (gevoegd).
In de volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, District ‘s-Hertogenbosch, Basisteam Meierij, registratienummer PL2100-2018246948, sluitingsdatum 18 december 2018, pagina 1 tot en met 33, nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 december 2018 (pg. 3 en 4), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 14] :
Op 6 december 2018, omstreeks 22.10 uur, belde collega [verbalisant 15] naar het bureau. Ik, verbalisant [verbalisant 13] , hoorde dat hij zei dat er op dat moment een koperdief actief was in de leegstaande panden aan de [locatie 1] en aan de [locatie 2] in Vught .
Vervolgens reden wij de [locatie 1] in Vught in en zagen direct getuige [getuige 1] in de brandgang staan. Vervolgens liepen wij naar de verdachte toe, die op dat moment nog op de grond lag. Wij zagen dat de man op de grond een hoofdlampje op zijn voorhoofd had zitten en dat hij oranje werkhandschoenen aan had. We hoorden vervolgens dat getuige [getuige 1] zei dat hij de verdachte had aangehouden voor het stelen van koper, op 6 december 2018 om 22.25 uur. Ook hoorden we dat hij zei dat de schuur vol met gereedschap lag en dat er tassen lagen vol met koper.
Op 6 december (het hof begrijpt: 6 december 2018), om 22.30 uur, nam ik, verbalisant [verbalisant 14] , de verdachte over van getuige [getuige 1] . Ik zei tegen de verdachte dat hij was aangehouden voor diefstal van koper. Vervolgens legitimeerde de verdachte zich middels een ID-kaart als zijnde [verdachte] en tevens hierna te noemen verdachte [verdachte] . We zagen in de schuur, daar waar de verdachte [verdachte] was aangehouden, meerdere tassen vol met koper staan, tevens zagen we dat er diverse inbraakwerktuigen op de grond lagen. We hoorden vervolgens van een van de burgers dat er een mountainbike en een supermarkttas vol met koper en een breekijzer tussen de struikjes lag. Deze goederen zijn door ons meegenomen en later inbeslaggenomen.
Ik, verbalisant [verbalisant 14] , zag bij de voorgeleiding dat de verdachte groene verf op zijn broek had zitten. Vervolgens zagen wij dat er ook groene verf op de Emté supermarkttas zat en dat er veel gereedschap onder dezelfde groene verf zat, ook zagen wij dat er op de broek van verbalisant [verbalisant 14] dezelfde groene kleur verf zat. Deze groene verf is bij het tillen van de Emté tas op zijn broek gekomen.
2.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 december 2018 (pg. 12 en 13), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 3] , namens [bedrijf 2] :
Ik doe aangifte van diefstal met braak op 6 december 2018 aan de [locatie 1] te Vught .
Sinds een maand staan de woningen in de [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] te Vught leeg. Deze woningen zullen gesloopt worden. De politie heeft mij verteld dat er koper is weggenomen.
3.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 7 december 2018 (pg. 14 en 15), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
Ik kwam 6 december 2018 omstreeks 22:15 uur van de Esschestraat te Vught en reed de [locatie 1] in. Tussen de [locatie 2] en de [locatie 1] staan huizenblokken helemaal verlaten, klaar om gesloopt te worden. Ik zag vervolgens in een schuurtje aan de [locatie 2] een man staan. Ik zag dat deze man een petje ophad en een lamp op zijn hoofd had. Ik zag dat de man gereedschappen in zijn hand had en volgens mij koper aan het strippen was. Ik zag dat de man handschoenen aan had. Tevens zag ik een hoop gereedschap bij de man liggen. We hebben vervolgens tegen de man gezegd dat we hem aanhielden voor het vermoeden van diefstal van koper. De man werkte mee en we hebben de politie gebeld.
4.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 13 december 2018 (pg. 16 en 17), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
Ik was op 6 december 2018 in de avond samen met [getuige 1] toen [getuige 1] een persoon zag staan in de buurt van de huizen die gesloopt worden in Vught , op de [locatie 1] . Nadat [getuige 1] zijn hond had gehaald, hebben wij [verbalisant 15] van de politie geïnformeerd. Wij zijn met de hond een brandgang ingelopen toen wij een persoon zagen bij de schuurtjes en deze persoon kwam met zijn handen omhoog naar buiten en was bang van de hond. Ik heb in de schuur gekeken en zag daar een fiets staan en andere spullen. In de struiken zag ik een gele tas staan met daarin oude watermeters.
5.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 december 2018 (pg. 19), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 16] :
In het kader van een onderzoek naar de diefstal van koper in leegstaande woningen en schuren in Vught heb ik de plastic boodschappen tassen bekeken, waarin het weggenomen koper was aangetroffen. Ik heb contact opgenomen met de getuige [getuige 2] , die aan mij verklaarde dat hij de gele tas had aangetroffen in de struiken. De gele tas betreft de Emté boodschappentas. De andere boodschappentas was aangetroffen in de schuur waar de verdachte [verdachte] zich bevond. Dit betreft de blauwe AH boodschappentas.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Ten aanzien van feit 1 in de zaak met parketnummer 01-028114-18.
De verdediging heeft bepleit dat het hof de verdachte dient vrij te spreken van het onder 1 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-028114-18 bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat er sprake is van een begin van uitvoering dan wel dat er sprake is van medeplegen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit de opgenomen bewijsmiddelen volgt dat de verdachte en zijn mededaders het bedrijfspand hebben betreden. Zij zijn daartoe door een gat in het hek gekropen en hadden een tas met gereedschap bij zich. Het kennelijke doel van de verdachte en zijn mededaders was het meenemen van spullen van hun gading zoals koper, roestvrijstaal of lood. Het hof is op grond hiervan van oordeel dat sprake is van een begin van uitvoering dat op basis van de uiterlijke verschijningsvorm gericht was op voltooiing van het misdrijf.
Ten aanzien van het medeplegen overweegt het hof dat de verdachte en zijn mededaders samen het bedrijfspand binnen zijn gegaan en dat zij het plan daartoe van tevoren hebben besproken. [medeverdachte 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij, [medeverdachte 1] en de verdachte op pad zijn gegaan en dat het de bedoeling was naar een sloppand te gaan om te kijken of daar koper, roestvrijstaal of lood te vinden was. In de tas met gereedschap van [medeverdachte 2] zat een tas van de verdachte. [medeverdachte 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de verdachte tegen hem gezegd zou hebben dat hij ‘dadelijk’ geld zou hebben. In onderhavige zaak is het bij een poging gebleven, maar de verdachte heeft wel degelijk deelgenomen aan het gezamenlijke plan voor de diefstal van goederen uit het bedrijfspand.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.
Ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 01-028114-18.
Met betrekking tot het aanwezig hebben van ongeveer 2,5 gram amfetamine overweegt het hof ambtshalve het volgende.
Het hof stelt voorop dat geen rechtsregel voorschrijft dat bij het testen van verdovende middelen onder alle omstandigheden een NFI-rapportage nodig is. Wanneer iemand in het vermoedelijk bezit van amfetamine wordt aangetroffen, kan aanwezigheid van die stof ook zonder een chemisch deskundigenrapport worden bewezenverklaard. Onder omstandigheden zijn verklaringen van gebruikers, inhoudende (bijvoorbeeld) dat zij de gebruikelijke uitwerking ondervonden van de hun bekende stof, of dat wat zij zagen de stof is die zij altijd in hun gebruikerskringen tegenkomen, daartoe voldoende.
Uit het dossier blijkt het volgende.
Op 7 februari 2018 is in de jas van de verdachte amfetamine aangetroffen en inbeslaggenomen (dossierpagina 76). Door verbalisant [verbalisant 3] is het doorzichtige gripzakje met daarin een witte plakkerige substantie getest door middel van een MMC kleur-reactietest. Deze stof reageerde positief op de aanwezigheid van amfetamine. Het netto gewicht van de stof betrof 2,5 gram (dossierpagina 65).
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een zakje speed in een zak op de linkermouw van zijn jas had zitten Ik gebruik al 8 à 9 jaar speed (dossierpagina 97 en 98).
Naar het oordeel van het hof kan uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, met een voldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat de aangetroffen witte plakkerige substantie die in de jas van de verdachte is aangetroffen en inbeslaggenomen amfetamine betreft.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 01-034873-18 (gevoegd).
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-034873-18. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van een res nullius en dat de verdachte dacht dat de eigenaar afstand had gedaan van de goederen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
De enkele omstandigheid dat een goed onbeheerd is achtergelaten, brengt nog niet met zich dat de eigenaar de eigendom van het goed heeft opgegeven. Het komt bij de beantwoording van de vraag of een goed aan niemand toebehoort in de regel aan op de uiterlijke verschijningsvorm.
Het hof stelt vast dat bij de verdachte een hoeveelheid lood en een elektriciteitskabel zijn aangetroffen. Gebleken is dat in ieder geval de bij de verdachte aangetroffen elektriciteitskabel is weggenomen van het terrein aan [adres 5] . Deze wordt namelijk door verbalisant [verbalisant 5] voor 100% zeker herkend (dossierpagina 6).
De verdachte heeft verklaard dat hij deze goederen heeft gevonden onder de bosjes in de buurt van het terrein aan [adres 5] . De verdachte heeft vervolgens een fiets en grote fietstassen geleend om het lood en de elektriciteitskabel mee te kunnen nemen. De verdachte heeft het lood en de elektriciteitskabel uit de bosjes gehaald, in de fietstassen gedaan en heeft dit meegenomen (dossierpagina’s 41 en 42).
Onder deze omstandigheden moet de verdachte hebben beseft dat de goederen, waarvan hij wist dat deze enige waarde vertegenwoordigen, aan een ander toebehoorden. De verdachte heeft zich deze goederen aldus wederrechtelijk toegeëigend. Het hof is, gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering.
Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 01-077623-18 (gevoegd).
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-077623-18. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sporen van de verdachte in het pand zijn aangetroffen en dat er ten aanzien van de verdachte geen wegnemingshandelingen zijn waargenomen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
De verdachte is kort na de inbraak in het oude gemeentehuis in Sint Michielsgestel door de
politie aangehouden. Hij reed op een fiets met fietstassen, waarin een jas met de opdruk ‘Skala’ stond. In de fietstassen zaten voorts goederen die kort daarvoor uit het oude gemeentehuis zijn ontvreemd. In de jas met de opdruk ‘Skala’ werd daarnaast een zaklamp aangetroffen waarop wit zand zat. Gebleken is dat deze zaklamp precies past in een nabij een kruipgat in het oude gemeentehuis aangetroffen plastic verpakking van een zaklamp. Bij dit kruipgat is tevens wit zand aangetroffen en onder dit kruipgat bevond zich wit zand, alwaar tevens verschuivingen van dit zand te zien waren (dossierpagina 5). Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat de fiets, de fietstassen en de jas zijn eigendom zijn (dossierpagina 34).
In het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 april 2018, geeft aangever signalementen van de drie inbrekers (dossierpagina 24). Eén van deze signalementen komt overeen met de verdachte op het moment dat verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] hem kort na de inbraak zien fietsen (dossierpagina 4). Voorts blijkt uit het proces-verbaal van aangifte dat een buitendeur van het pand openstond, terwijl deze dicht behoorde te zijn. De klink en slotplaat waren geheel verwijderd (dossierpagina 24).
Het hof is, gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat bewezenverklaard kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 01-184443-18 (gevoegd).
Met betrekking tot het aanwezig hebben van ongeveer 3,39 gram amfetamine overweegt het hof ambtshalve het volgende.
Het hof stelt voorop dat geen rechtsregel voorschrijft dat bij het testen van verdovende middelen onder alle omstandigheden een NFI-rapportage nodig is. Wanneer iemand in het vermoedelijk bezit van amfetamine wordt aangetroffen, kan aanwezigheid van die stof ook zonder een chemisch deskundigenrapport worden bewezenverklaard. Onder omstandigheden zijn verklaringen van gebruikers, inhoudende (bijvoorbeeld) dat zij de gebruikelijke uitwerking ondervonden van de hun bekende stof, of dat wat zij zagen de stof is die zij altijd in hun gebruikerskringen tegenkomen, daartoe voldoende.
Uit het dossier blijkt het volgende.
Op 26 juli 2018 is door verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] in de woning van de verdachte een zakje met witte substantie met een gewicht van 2,75 gram en een bakje met witte kristallen met een gewicht van 0,64 gram aangetroffen en inbeslaggenomen (dossierpagina 3). Op diezelfde dag zijn dit bakje en zakje door verbalisant [verbalisant 12] indicatief getest. Beide testen reageerden positief op de aanwezigheid van amfetamine (dossierpagina 10).
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij weet dat het speed is, doordat hij al vanaf 2010 speed gebruikt en hij zelf nooit anders gebruikt (dossierpagina 27).
Naar het oordeel van het hof kan uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, met een voldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat de aangetroffen witte substantie en witte kristallen die in de woning van de verdachte zijn aangetroffen en inbeslaggenomen amfetamine betreft.
Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het de tenlastegelegde feiten heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 01-028114-18 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.
Het in de zaak met parketnummer 01-028114-18 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 01-034873-18 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
verduistering.
Het in de zaak met parketnummer 01-077623-18 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Het in de zaak met parketnummer 01-184443-18 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 01-249754-18 primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast heeft het hof gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich – kort gezegd – schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal in vereniging door middel van braak, een diefstal in vereniging met braak en een diefstal, alle begaan in leegstaande bedrijfspanden of woningen, en aan verduistering. Blijkens het handelen van de verdachte heeft hij zich niets aangetrokken van het eigendomsrecht van anderen. Hij heeft enkel oog gehad voor het eigen financieel gewin, zonder zich iets gelegen te laten liggen aan de gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerden. Bovendien zijn diefstallen zeer ergerlijke feiten, die naast schade ook hinder en overlast veroorzaken voor de gedupeerden.
Daarnaast is bewezenverklaard dat de verdachte zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – het aanwezig hebben van een (kleine) hoeveelheid amfetamine. Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Tenslotte leiden drugs veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 februari 2022, betrekking hebbend op het justitieel verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten. Bij de straftoemeting heeft het hof voorts gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waarvan tijdens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, en op de omstandigheid dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.
In beginsel is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, met aftrek van voorarrest, bij dergelijke feiten passend en geboden is.
Met betrekking tot het procesverloop overweegt het hof het navolgende.
Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaren nadat hoger beroep is ingesteld.
Het hof stelt vast dat in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden. Door de verdachte is op 17 september 2019 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof bij arrest van heden, 18 mei 2022, arrest wijst. Derhalve is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van 8 maanden. Niet is gebleken dat deze overschrijding aan de verdediging is te wijten. Het hof is van oordeel dat deze overschrijding van de redelijke termijn verdisconteerd dient te worden in de op te leggen straf.
Zoals hiervoor overwogen is het hof van oordeel dat zonder schending van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. Nu de redelijke termijn is geschonden, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 54 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is.
Beslag
De hierna in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, welke aan de verdachte toebehoren, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn die geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten zijn verkregen en/of met betrekking tot welke de feiten zijn begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
Het hof is van oordeel dat de in het dictum te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met betrekking tot welke het feit is begaan en die van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
Ten slotte is het hof van oordeel dat de teruggave dient te worden gelast aan de rechthebbende van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen, nu het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave hiervan en is komen vast te staan dat deze goederen aan deze rechthebbende toebehoren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 45, 57, 63, 310, 311 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-034873-18 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-028114-18 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-034873-18 subsidiair en in de zaak met parketnummer 01-077623-18 en in de zaak met parketnummer 01-184443-18 en in de zaak met parketnummer 01-249754-18 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-028114-18 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-034873-18 subsidiair en in de zaak met parketnummer 01-077623-18 en in de zaak met parketnummer 01-184443-18 en in de zaak met parketnummer 01-249754-18 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
− 01-028114-18: 1 01-028114-18: 1 STK Lamp;
− 01-028114-18: 1 01-028114-18: 1 STK Handschoen;
− 01-028114-18: 1 01-028114-18: 1 STK Tas;
− 01-028114-18: 1 01-028114-18: 1 STK Tas;
− 01-028114-18: 1 01-028114-18: 1 STK Rugzak;
− 01-028114-18: 1 01-034873-18: 1 STK Kabel;
− 01-028114-18: 1 01-034873-18: 1 STK Lood;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Fiets Dames;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Fiets Dames;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Zak;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Zak;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 3 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01 -077623-18: 2 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Handschoen;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 3 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-0776.23-18: 1 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Gereedschap;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Pen;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Hangslot;
− 01-028114-18: 1 01-077623-18: 1 STK Bouwmateriaal;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 1 STK Tas;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 1 STK Koper tassen met stukken koper;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 5 STK Breekijzer;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 1 STK Lamp ledlamp;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 4 STK Schroevendraaier;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 2 STK Handschoen;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 4 STK Waterpomptang:
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 1 STK Breekijzer;
− 01-028114-18: 1 01-249754-18: 1 STK Mes met klein gereedschap.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
01-028114-18: 1 STK Amfetamine.
Gelast de teruggave aan gemeente Sint Michielsgestel van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
− 01-077623-18: 4 01-077623-18: 4 STK Metaal;
− 01-077623-18: 4 01-177623-18: 1 STK Keukenartikel;
− 01-077623-18: 4 01-077623-18: 2 STK Bouwmateriaal.
Aldus gewezen door:
mr. M.L.P. van Cruchten, voorzitter,
mr. F.P.E. Wiemans en mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.H.A. Dibbits, griffier,
en op 18 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.L.P. van Cruchten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.