Strafrecht overig
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
ECLI:NL:GHSHE:2022:4853 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-4853
Zaakgegevens
Op 28 december 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 28 december 2022
- Datum publicatie
- 13 juni 2023
- Zaaknummer
- 20-002858-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4853
Samenvatting
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-002858-20
Uitspraak : 28 december 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 4 december 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-288232-20 en 01-284683-20, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf, parketnummer 01-030179-19, tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1987,
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van de onder parketnummer 01-288232-20 (feit 1) tenlastegelegde ‘mishandeling’ en de onder parketnummer 01-284683-20 (feit 1) tenlastegelegde ‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met aftrek van voorarrest.
Voorts is de verdachte ter zake van het onder parketnummer 01-284683-20 (feit 3) tenlastegelegde ‘niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht’ veroordeeld tot een voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 2 dagen met een proeftijd van 2 jaren.
De verdachte is vrijgesproken ten aanzien van hetgeen hem onder parketnummer 01-288232-20 (feit 2) en parketnummer 01-284683-20 (feit 2) ten laste is gelegd.
Daarnaast heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 75,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Ten slotte heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf met parketnummer 01-030179-19 gelast, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
Het hoger beroep is in de appelakte uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 01-284683-20 feit 1 en feit 3 en parketnummer 01-288232-20 onder feit 1 is tenlastegelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de straf, de beslissing op de vordering tot schadevergoeding en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf met parketnummer 01-030179-19 en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het onder parketnummer 01-288232-20 (feit 1) en parketnummer 01-284683-20 (feit 1) tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Voorts heeft zij gevorderd dat het hof de vordering tot schadevergoeding zal toewijzen tot een bedrag van € 150,00 aan immateriële schade, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering. Ten slotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de advocaat-generaal niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 01-030179-19.
De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit ten aanzien van de – kort gezegd – tenlastegelegde mishandeling en de eenvoudige belediging van een ambtenaar. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust. In hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd ziet het hof geen reden om tot een ander oordeel te komen.
BESLISSING
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.F.G. Truijen, griffier,
en op 18 januari 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.