Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 juni 2024

Zaakgegevens

Op 7 juni 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
7 juni 2024
Datum publicatie
9 augustus 2024
Zaaknummer
20-002657-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2539
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002657-23

Uitspraak : 7 juni 2024

VERSTEK (onip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 13 september 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-110652-23 en 03-110870-23, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van een poging diefstal met verbreking (in de zaak met 03-110652-23) en ter zake van een diefstal (in de zaak met parketnummer 03-110870-23) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De raadsvrouw mr. [naam] heeft bij e-mail bericht van 23 mei 2024 te kennen gegeven dat de grieven tegen het vonnis niet zullen worden gehandhaafd en om die reden verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, tenzij de verdachte zelf ter terechtzitting zou verschijnen of het hof anderszins zou menen te moeten beslissen.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep met die niet-ontvankelijkverklaring ingestemd.

Nu de raadsvrouw van de verdachte te kennen heeft gegeven dat de bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg niet worden gehandhaafd zal het hof, nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling van het hoger beroep, toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en zal het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,

mr. S.C. van Duijn en mr. M.M. Koevoets, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier,

en op 7 juni 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.