Strafrecht overig

Verstek arrest. Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Zaakgegevens

Op 15 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 januari 2026
Datum publicatie
2 februari 2026
Zaaknummer
23-001046-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:235
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verstek arrest. Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001046-25

datum uitspraak: 15 januari 2026

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-007332-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

adres: [adres] .

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2026.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep

Op 30 april 2025 heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de rechtbank. Blijkens een e-mail van de raadsvrouw van de verdachte van 19 december 2025 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Intrekking van het hoger beroep was toen echter niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 26 augustus 2025 was begonnen. De raadsvrouw heeft het hof verzocht gebruik te maken van de in art. 416, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering geboden mogelijkheid om het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren bij gebrek aan grieven.

Gelet op het voorgaande moet de verdachte geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal het appel van de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in voornoemd artikellid, niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. R. van der Heijden en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van mr. R. Ras, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 januari 2026. mr. D.A.C. Koster en mr. P.K. van Riemsdijk zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.