Strafrecht overig

Diefstal op een besloten erf waarop een woning staat door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil…

Zaakgegevens

Op 31 januari 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31 januari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
20-002123-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:316
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal op een besloten erf waarop een woning staat door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-002123-24

Uitspraak : 31 januari 2025

VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank

Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 9 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-192882-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van “diefstal op een besloten erf waarop een woning staat door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is beslist over inbeslaggenomen voorwerpen. Verder heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, omdat er door of namens de verdachte geen grieven zijn ingediend.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman of raadsvrouw heeft gemachtigd dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,

mr. S.C. van Duijn en mr. M.M. Koevoets, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 31 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.M. Koevoets is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.