Strafrecht overig
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Fosfaatrechten.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 januari 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:122 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-122
Zaakgegevens
Op 16 januari 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 16 januari 2026
- Datum publicatie
- 20 januari 2026
- Zaaknummer
- 20-003313-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:122
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Fosfaatrechten.
Uitspraak
Parketnummer : 20-003313-24 (OWV)
Uitspraak : 16 januari 2026
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘-Hertogenbosch, van 3 december 2024 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer
82-041259-24 tegen:
[betrokkene] ,
statutair gevestigd te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de economische politierechter het door de betrokken rechtspersoon wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 30.874,27 en is aan de betrokkene een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd voor een gelijk bedrag.
Namens de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de betrokkene door haar raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman van de betrokkene heeft het hof verzocht het te ontnemen bedrag te matigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de overweging en met aanvulling van de bewijsmiddelen met de ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 12 december 2025 afgelegde verklaring van de vertegenwoordiger van de betrokken rechtspersoon.
Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, zullen alle redengevende bewijsmiddelen uitgewerkt worden opgenomen in een aanvulling op dit verkorte arrest, welke aanvulling aan dit arrest zal worden gehecht. De economische politierechter heeft immers in het beroepen vonnis volstaan met het benoemen van de bewijsmiddelen in de overweging, zonder de inhoud van die bewijsmiddelen weer te geven. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof ziet geen concrete omstandigheden die reden zouden moeten zijn om het bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te matigen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. W.F. Koolen, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. R. de Bree, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 16 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. De Bree is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.