Strafrecht overig
Veroordeling tot gevangenisstraf 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, wegens meerdere bedreigingen met…
ECLI:NL:GHSHE:2026:1394 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-1394
Zaakgegevens
Op 19 februari 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- 20-000090-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1394
Samenvatting
Veroordeling tot gevangenisstraf 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, wegens meerdere bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en diefstal meermalen gepleegd.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-000090-25
Uitspraak : 19 februari 2026
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 15 januari 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-321912-24 en 02-306976-24, tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De politierechter heeft verdachte ter zake van:
parketnummer 02-321912-24, feit 2 (het hof begrijpt feit 1): vrijgesproken
en ten aanzien van:
parketnummer 02-321912-24
feiten 1 en 4: (het hof begrijpt feiten 2 en 4):
telkens: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
feit 3: diefstal, meermalen gepleegd
parketnummer 02-306976-24
feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet -ontvankelijk in het hoger beroep zal verklaren voor zover dit is gericht tegen (partiële) vrijspraken en voor het overige het vonnis van de politierechter zal bevestigen.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is door de politierechter vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 02-321912-24, feit 1 is tenlastegelegd. Verder is verdachte partieel vrijgesproken van parketnummer 02-321912-24, feit 2 en feit 3, feit 2 voor zover het betreft de pleegdatum 14 september 2024 en feit 3 voor zover het betreft de diefstal van onderbroeken.
Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot (partiële) vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven (partiele) vrijspraken.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat:
parketnummer 02-321912-24:
2.
hij op 8 oktober 2024 te Sluis, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (op/omstreeks 8 oktober 2024) (een) schietgeba(a)r(en) naar die [slachtoffer 1] voornoemd te maken en/of vervolgens/daarbij die [slachtoffer 1] voornoemd dreigend de woorden toe te voegen "de volgende keer schiet ik je, dat is niet moeilijk voor me", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Sluis, althans in Nederland, een bomberjack en/of een koffiepot, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Zeeman en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Sluis, althans in Nederland, [slachtoffer 2] (werkzaam als brigadier bij de politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant) en/of [slachtoffer 3] (werkzaam als hoofdagent bij de politie, eenheid Zeeland-West-Brabant), en/of [slachtoffer 4] (werkzaam als brigadier bij de politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant) en/of medewerkers van de Politie Nederland (indirect) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] voornoemd dreigend de woorden toe te voegen "de collega's die mij de laatste keer hebben aangehouden, ik twijfel trouwens of het echte politieagenten zijn, die maak ik af" en/of "dat is geen dreigement maar een belofte" en/of "als de politie komt dan schiet ik ze!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
parketnummer 02-306976-24:
hij op of omstreeks 25 september 2024 te Oostburg, gemeente Sluis, althans in Nederland, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik schiet je dood" en/of "Ik maak je kapot" en/of "Ik maak je dood" en/of "Ik trek je romp van je hoofd", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 02-306976-24 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:
parketnummer 02-321912-24:
2.
op 8 oktober 2024 te Sluis, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door een schietgebaar naar die [slachtoffer 1] voornoemd te maken en vervolgens die [slachtoffer 1] voornoemd dreigend de woorden toe te voegen "de volgende keer schiet ik je, dat is niet moeilijk voor me";
3.
op 8 oktober 2024 te Sluis, althans in Nederland, een bomberjack en een koffiepot, die aan Zeeman en/of [bedrijf 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.
op 8 oktober 2024 te Sluis, [slachtoffer 2] (werkzaam als brigadier bij de politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant) en [slachtoffer 3] (werkzaam als hoofdagent bij de politie, eenheid Zeeland-West-Brabant) en medewerkers van de Politie Nederland (indirect) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] voornoemd dreigend de woorden toe te voegen "de collega's die mij de laatste keer hebben aangehouden, ik twijfel trouwens of het echte politieagenten zijn, die maak ik af" en/of "dat is geen dreigement maar een belofte" en/of "als de politie komt dan schiet ik ze!";
parketnummer 02-306976-24:
1.
op 25 september 2024 te Oostburg, gemeente Sluis, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik schiet je dood" en "Ik maak je kapot" en "Ik maak je dood" en "Ik trek je romp van je hoofd".
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
Diefstal meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder 4 bewezenverklaarde levert op:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 02-306976-24 bewezenverklaarde levert op:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en diefstal. Door zijn bedreigingen heeft verdachte bij zijn slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. De diefstallen veroorzaken niet alleen rechtstreeks schade door het wegnemen van producten. Ook lijden ondernemingen schade door de kosten die zijn gemoeid met het doen van aangifte en het treffen van maatregelen om dergelijke diefstallen te voorkomen. Deze schade wordt bovendien mede op de consument afgewenteld.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 8 december 2025, waaruit volgt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van het door de Reclassering Nederland opgemaakte reclasseringsadvies d.d. 14 januari 2025 omtrent de persoon van de verdachte. Daarin is onder meer het navolgende gerapporteerd:
“Uit het proces-verbaal, het trajectconsult (NIFP) en het (eerdere) contact met betrokkene ontstaat de indruk van een in wisselende mate verwarde, geagiteerde man. In eerdere
gesprekken met de reclassering gaf hij aan niet schuldig te zijn aan de bedreigingen en zichzelf te zien als slachtoffer van de intimidatie van buurtgenoten.
Uit het meest recente gesprek dat wij met de casemanager van betrokkene hadden (10 januari 2025) blijkt dat er bij betrokkene nog steeds geen sprake is van ziekte-inzicht of probleembesef. Hij zoekt qua gedrag de grenzen op en probeert, indien hij bepaalde zaken niet voor elkaar krijgt op de afdeling, deze af te dwingen door te dreigen. Hij zegt dan dingen als ''als ik het niet krijg, dan sla ik de boel kort en klein''. Betrokkene werkt gedeeltelijk mee aan het innemen van medicatie. Hij wil geen haldol gebruiken, maar gebruikt bijvoorbeeld wel olazipine, al geeft de casemanager wel aan dat betrokkene heeft gezegd ook dit te zullen gaan weigeren. Betrokkene lijkt momenteel nog steeds niet helemaal in de realiteit te zijn.”
In het rapport wordt het risico op recidive en de kans dat verdachte daarbij geweld gaat gebruiken hoog ingeschat. Ook wordt de onttrekking aan de voorwaarden hoog ingeschat. Bij een veroordeling wordt in het rapport geadviseerd een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen omdat de reclassering geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
Voornoemd reclasseringsrapport laat een zorgelijk beeld zien omtrent verdachte.
Het hof is gelet op het vorenstaande van oordeel dat er geen reden is een andere straf dan de politierechter op te leggen en legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 3 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren aftrek van voorarrest.
Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder feit 1 tenlastegelegde, de vrijspraak van de bedreiging op 14 september 2024 als onder feit 2 ten laste gelegd en de vrijspraak van de diefstal van onderbroek(en) als onder feit 3 ten laste gelegd.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 02-306976-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 02-321912-24 onder 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 02-306976-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. S.K. Dekker, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 19 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. C.P.J. Scheele en mr. S.K. Dekker zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.