Strafrecht overig
Veroordeling ter zake bedreiging van politici op 'X'. Het hof is van oordeel dat de verdachte zich willens en…
ECLI:NL:GHSHE:2026:2227 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-2227
Zaakgegevens
Op 3 augustus 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 20-000154-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:2227
Samenvatting
Veroordeling ter zake bedreiging van politici op 'X'. Het hof is van oordeel dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de bedreigingen terecht zouden komen bij degene op wie ze betrekking hadden. Daarnaast is het hof van oordeel dat de bedreiging, gelet op de aard en de context waarin deze werd gedaan, bij de bedreigden de redelijke vrees heeft doen ontstaan dat er daadwerkelijk uitvoering zou worden gegeven aan de bedreiging. Het hof neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat het gaat om politici die een publiek ambt vervullen, welk ambt onder druk komt te staan door het maken van opmerkingen en het uiten van meningen en bedreigingen op openbare platformen zoals door de verdachte gedaan. Het hof is van oordeel dat gelet op de druk die reeds wordt uitgeoefend op politici door middel van bedreigingen en het huidige politieke klimaat, maakt dat er een gegronde vrees kon ontstaan dat de bedreiging daadwerkelijk zou worden uitgevoerd.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer: 20-000154-26
Uitspraak : 3 augustus 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 7 augustus 2024, in de strafzaak onder parketnummer 05-267388-23 tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het primair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft namens verdachte primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, ingeval het hof overgaat tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit, heeft de raadsman toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht bepleit. Meer subsidiair heeft de raadsman bepleit om een voorwaardelijke taakstraf, dan wel een voorwaardelijke geldboete op te leggen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Barneveld en/of ’s-Gravenhage, althans in
Nederland L.A.J.M. Dassen en/of S.W. Sjoerdsma een of meerdere malen heeft
bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling
door op Twitter – middels het Twitteraccount ‘ [twitteraccount] ’ – (een)
(dreigend) (Twitter)bericht(en) te plaatsen waarin hij, verdachte, plaatste: “Heel
snel ophangen!! Die vlag..” en/of daarbij een afbeelding te plaatsen, waarop S.W.
Sjoerdsma en/of L.A.J.M. Dassen een vlag vasthouden van de Europese Unie, en/of
(daarbij) op die voornoemde afbeelding de tekst “EU VLAG OPHANGEN IN DE 2E
KAMER? HANGEN WE SJOERD EN LAURENS OP VOOR DE 2EKAMER” te plaatsen,
althans (telkens) woorden en/of afbeeldingen van gelijke (dreigende) aard en/of
strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Barneveld en/of te ‘s-Gravenhage, althans in
Nederland, in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit
en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door op
Twitter – middels het Twitteraccount ‘ [twitteraccount] ’ – (een)
(Twitter)bericht(en) te plaatsen waarin hij, verdachte, plaatste: “Heel snel
ophangen!! Die vlag..” en/of daarbij een afbeelding te plaatsen, waarop S.W.
Sjoerdsma en/of L.A.J.M. Dassen een vlag vasthouden van de Europese Unie, en/of
(daarbij) op die voornoemde afbeelding de tekst “EU VLAG OPHANGEN IN DE 2E
KAMER? HANGEN WE SJOERD EN LAURENS OP VOOR DE 2EKAMER” te plaatsen,
althans (telkens) woorden en/of afbeeldingen van gelijke aard en/of strekking.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 9 mei 2023 te Barneveld en ’s-Gravenhage, L.A.J.M. Dassen en S.W. Sjoerdsma meerdere malen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door op Twitter – middels het Twitteraccount ‘ [twitteraccount] ’ – een dreigend Twitterbericht te plaatsen waarin hij, verdachte, plaatste: “Heel snel ophangen!! Die vlag..” en daarbij een afbeelding te plaatsen, waarop S.W. Sjoerdsma en L.A.J.M. Dassen een vlag vasthouden van de Europese Unie, en daarbij op die voornoemde afbeelding de tekst “EU VLAG OPHANGEN IN DE 2E
KAMER? HANGEN WE SJOERD EN LAURENS OP VOOR DE 2EKAMER” te plaatsen.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie Eenheid Oost-Nederland, zaakregistratienummer PL0600-2023367797, afgesloten d.d. 1 oktober 2023 (doorgenummerde pagina’s 1 t/m 115), nader te noemen: het politiedossier.
Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan. Het hof volstaat daarbij met de opgave van de bewijsmiddelen. De inhoud van de bewijsmiddelen wordt slechts gebruikt voor zover de bewezenverklaring daardoor wordt ondersteund.
-
Het proces-verbaal van aangifte namens S.W. Sjoerdsma d.d. 29 juni 2023 (pg. 20 t/m 30), voor zover inhoudende de verklaring van J.J.C. van Koppen;
-
Het proces-verbaal van aangifte namens L.A.J.M. Dassen d.d. 29 juni 2023 (pg. 31 t/m 41), voor zover inhoudende de verklaring van J.J. C. van Koppen;
-
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juni 2023 (pg. 42 t/m 100), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant A.L. de Boer;
-
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 30 september 2023 (pg. 101 t/m 106), voor zover inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte];
-
Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, d.d. 7 augustus 2024, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte];
-
De verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 3 augustus 2026.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Daartoe heeft de raadsman – kort weergegeven – aangevoerd dat verdachte de tweet heeft geplaatst, maar dat er geen sprake is van een strafbare dreiging. In het kader van een bedreiging moet worden beoordeeld of de bedreigde daadwerkelijk kennis heeft genomen van de uiting en de uiting moet van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn gedaan, dat bij de bedreigde vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden uitgevoerd en dat het opzet van de verdachte op deze beide aspecten was gericht. De raadsman heeft aangevoerd dat de door verdachte geplaatste tekst, te weten: ‘Heel snel ophangen!! Die vlag..’, niet kan worden opgevat als strafbare bedreiging en dat de door verdachte bij de tekst geplaatste afbeelding, niet van hem was. De verdediging heeft gesteld dat de tweet van de verdachte een grapje was met een dubbelzinnige boodschap en dat de verdachte geen intentie heeft gehad om een bedreiging te uiten en geen geweld heeft beoogd.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte in zijn tweet een afbeelding heeft gepost waarop Sjoerdsma en Dassen te zien zijn, terwijl zij een vlag van de Europese Unie vasthouden. Boven en onder die foto is, op de afbeelding, de tekst geplaatst: ‘EU VLAG OPHANGEN IN DE 2EKAMER? HANGEN WE SJOERD EN LAURENS OP VOOR DE 2EKAMER’. Het hof stelt vast dat de verdachte deze afbeelding niet zelf heeft gemaakt, maar wel heeft verspreid. Het hof is van oordeel dat er, gelet op de afbeelding in context met de door verdachte geposte tekst, te weten: ‘Heel snel ophangen!! Die vlag..’, sprake is van een strafbare bedreiging. Het hof is van oordeel dat de verdachte zich, door het plaatsen van de afbeelding in context met zijn tweet, willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de bedreigingen terecht zouden komen bij degene op wie ze betrekking hadden. Daarnaast is het hof van oordeel dat de bedreiging, gelet op de aard en de context waarin deze werd gedaan, bij de bedreigden de redelijke vrees heeft doen ontstaan dat er daadwerkelijk uitvoering zou worden gegeven aan de bedreiging. Het hof neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat het gaat om politici die een publiek ambt vervullen, welk ambt onder druk komt te staan door het maken van opmerkingen en het uiten van meningen en bedreigingen op openbare platformen zoals door de verdachte gedaan. Het hof is van oordeel dat gelet op de druk die reeds wordt uitgeoefend op politici door middel van bedreigingen en het huidige politieke klimaat, maakt dat er een gegronde vrees kon ontstaan dat de bedreiging daadwerkelijk zou worden uitgevoerd. Het hof is van oordeel dat de omstandigheid dat er weinig mensen kennis hebben genomen van de tweet van verdachte, zoals door verdachte en zijn raadsman betoogd niet van belang is bij de beoordeling of sprake is van een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. In ieder geval hebben aangevers kennisgenomen van de litigieuze tweet en retweet van verdachte.
Op grond van hetgeen hiervoor overwogen is het hof van oordeel dat er sprake is van een strafbare bedreiging en kan naar het oordeel van het hof bewezen worden dat de verdachte, ten minste in voorwaardelijke vorm, opzet heeft gehad op het verspreiden van de bedreiging zodat de bedreigden daadwerkelijk kennis zouden nemen van de uiting, hetgeen blijkens het procesdossier ook is gebeurd, en ook dat verdachte opzet heeft gehad op het bij de bedreigden doen ontstaan van de vrees dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden uitgevoerd.
Aldus verwerpt het hof de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al zijn onderdelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Het hof is van oordeel dat er sprake is van een ernstig feit. Er zijn bedreigingen geuit aan politici die, zonder last en ruggenspraak, hun werk zouden moeten kunnen doen en zich vrij zouden moeten voelen om hun mening kenbaar te maken, in casu in de Tweede Kamer, zonder daarvoor bedreigingen te ontvangen van mensen die wellicht andere politieke opvattingen hebben. Als volksvertegenwoordiger vrijelijk en zonder terughoudendheid kunnen spreken in de Tweede Kamer, is een van de kernwaarden van het Nederlands democratisch bestel. Verdachte heeft door zijn handelswijze die kernwaarde aangetast. Daarnaast is de dreiging gedaan op een openbaar platform en heeft de verdachte zijn tweet later ook nogmaals geretweet om extra bereik te krijgen. Ook heeft verdachte op geen enkele wijze getoond enig inzicht te hebben in het strafwaardige verwerpelijke en laakbare van zijn handelen. Ter zitting heeft hij zijn tweet gebagatelliseerd als zijnde een onbeduidende onbelangrijke impulsieve opmerking die nauwelijks is bekeken of becommentarieerd op het internet. Hooguit beschouwt verdachte zijn tweet als een (slechte) grap.
Het hof is van oordeel dat paal en perk moet worden gesteld aan dergelijke strafbare feiten. Het opleggen van straffen heeft niet enkel speciale preventie als doel, maar ook generale preventie. Het hof is derhalve van oordeel dat, ook vanuit het oogpunt van generale preventie, een straf moet worden opgelegd die recht doet aan de ernst van het feit.
Met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft verdachte ter terechtzitting gesteld dat hij hartpatiënt is en derhalve geen taakstraf kan en wil uitvoeren, terwijl verdachte ter zitting ook heeft verklaard ladingen van zijn vrachtwagen te laden en te lossen. Daarnaast heeft verdachte gesteld één dag in de week mantelzorger te zijn voor zijn 94-jarige moeder.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit, de door verdachte gestelde persoonlijke omstandigheden niet als verzachtend kunnen worden meegewogen. Daarbij heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat er naast verdachte, nog een mantelzorger voor de moeder van verdachte is, te weten de nicht van verdachte.
Het hof is van oordeel dat een taakstraf in de rede zou liggen, ware het niet dat bij oplegging van een taakstraf, op zijn minst genomen, enige medewerking en bereidheid van verdachte nodig is om zo een taakstraf ook door de reclassering succesvol te laten opstarten en doen uitvoeren. Ter terechtzitting heeft de verdachte op vragen van de advocaat-generaal evenwel medegedeeld dat hij een taakstraf niet kan en niet wil uitvoeren.
Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, onvoldoende tot uitdrukking komt.
Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en hetgeen hiervoor overwogen niet worden volstaan met oplegging van een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.
Het hof heeft voorts acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het ‘Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS)’, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Volgens die oriëntatiepunten kan voor een bedreiging een geldboete van € 350,- als uitgangspunt voor de op te leggen straf worden genomen. In de LOVS is echter ook opgenomen dat voor bedreiging van politici in beginsel geen geldboete wordt opgelegd.
Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn naar het oordeel van het hof omstandigheden naar voren gekomen die ertoe dienen te leiden dat van deze oriëntatiepunten wordt afgeweken. Het gaat in casu om de bedreiging van politici, welke bedreigingen zijn geplaatst op een openbaar platform. Het hof acht daarom een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.
Met oplegging van een deels voorwaardelijk gevangenisstraf beoogt het hof enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking te brengen en anderzijds de strafoplegging dienstbaar te maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan:
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 augustus 2026.