Gerechtshof 's-Hertogenbosch, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHSHE:2026:2238

Op 14 August 2026 heeft de Gerechtshof 's-Hertogenbosch een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 20-003140-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHSHE:2026:2238. De plaats van zitting was 's-Hertogenbosch.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
20-003140-25
Datum uitspraak:
14 August 2026
Datum publicatie:
14 August 2026

Indicatie

aantekening mondeling arrest; overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

Parketnummer: 20-003140-25

Uitspraak : 14 augustus 2026

TEGENSPRAAK (art. 279 Sv)

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 december 2025, in de strafzaak onder parketnummer 96-232800-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 96-065439-23 tegen:

[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Gepleegd op 14 juli 2024 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand.

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 10 oktober 2023, parketnummer 96-065439-23, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. R. Lonterman.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus 2026.