Strafrecht overig
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, met aanvulling en verbetering van de gronden. Een…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 februari 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:687 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-687
Zaakgegevens
Op 4 februari 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 februari 2026
- Datum publicatie
- 12 maart 2026
- Zaaknummer
- 20-000965-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:687
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, met aanvulling en verbetering van de gronden.
Een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden terzake van
Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 13 augustus 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:3761Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2026:687
Uitspraak
Parketnummer : 20-000965-25
Uitspraak : 4 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 2 april 2025, parketnummer 02-033553-25 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 02-039109-20, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,
volgens opgave van de verdachte ter terechtzitting als huidig verblijfadres: [adres 1] en als inschrijfadres: [adres 2]
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte, bij vonnis waarvan beroep, ter zake van tweemaal ‘opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst’ (feit 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de onder parketnummer 02-039109-20 eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis integraal zal bevestigen.
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging heeft de verdediging bepleit dat het hof deze zal afwijzen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, met aanvulling en verbetering van de gronden.
Het hof zal, mede gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen, de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen en bewijsoverweging, zoals opgenomen in het vonnis waarvan beroep, verbeteren en aanvullen.
De bewijsmiddelen
In aanvulling op de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen komt de bewezenverklaring mede te berusten op de bewijsmiddelen zoals hierna weergegeven:
1. Het proces-verbaal van bevindingen van het kabinet raadsheer commissaris d.d. 20 december 2024 (los opgenomen in het dossier), opgemaakt door de raadsheer-commissaris, voor zover inhoudende:
In de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats]
kan het navolgende worden gerelateerd.
Op 8 november 2024 is op verzoek van de verdediging in voornoemde strafzaak de heer [getuige 11] als getuige gehoord door de raadsheer-commissaris.
Voorafgaand aan dat getuigenverhoor heeft de raadsvrouw namens haar client twee schriftelijke verklaringen met daarbij behorende identiteitsbewijzen overlegd. De raadsheer-commissaris heeft bij verhoor voornoemde getuige/aangever [getuige 11] geconfronteerd met de inhoud van die twee schriftelijke verklaringen. Naar aanleiding daarvan heeft de raadsheer-commissaris ambtshalve besloten de opstellers van die twee schriftelijke verklaringen te horen, te weten [getuige 2] en de heer [getuige 3] .
2. Een schriftelijk bescheid, te weten een handgeschreven brief van [getuige 2] (los opgenomen in het dossier), voor zover inhoudende:
Ik wil graag in het kort aangeven wat ik weet en gezien heb. [getuige 11] heeft bij [naam] ruim 20.000 euro geleend. Wat ik nog steeds weet [naam] is een man van woord en waarheid, te goed voor deze wereld. Goud hard. Wat ik graag kwijt wil en gezien heb en gehoord heb over deze man [getuige 11] dat hij gokverslaafd is en alcoholverslaafd is en liegt als de beste dat hij nog steeds niet gestraft is voor mij wonder boven wonder. Bij deze wil ik ter afsluiting hoop dat [naam] zijn geld terug krijgt en dat [getuige 11] eindelijk gestraft zal worden wat hij bij meer dan bij 10 mensen aangedaan heeft.
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een handgeschreven brief van [getuige 3] (los opgenomen in het dossier), voor zover inhoudende:
[getuige 11] (het hof begrijp telkens: [getuige 11]) is gokverslaafde en alcoholverslaafde en liegt alles bij elkaar. [naam] heeft verschillende keren geld gebracht, dus geleend aan [getuige 11] , en in 2017 ben ik 2 maal bij geweest dat [naam] in Rotterdam Zuidplein ook geld heeft gebracht. Wat ik gezien heb en meegemaakt heb, is dat [naam] 15.700 euro aan [getuige 11] heeft geleend. Dat hij (het hof begrijpt: [getuige 11]) naar de politie is gegaan om zich te beschermen. Hij zag het aankomen de problemen hiervan. Ik weet van [naam] en anderen in omgeving Zeeland, Rotterdam en Scheveningen dat hij iedereen zal helpen en hij heeft een te goed hart. Ik weet dat hij van veel mensen geld krijg. Hoop bij deze dat het voor [naam] en de rest van de mensen goed afloopt!
De bewijsoverweging
Het hof is van oordeel dat het tot vrijspraak strekkende verweer wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. J.C. Gillesse en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L. Beskers, griffier,
en op 4 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M. van der Horst is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.