Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 27 januari 2023

Zaakgegevens

Op 27 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 januari 2023
Datum publicatie
27 januari 2023
Zaaknummer
22/02569
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:116
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 5 juli 2021

    ECLI:NL:RBROT:2021:6380
  2. Gerechtshof Den Haag · 14 juni 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:1043

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 27 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:116

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/02569

Datum 27 januari 2023

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROTTERDAM

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 14 juni 2022, nr. BK-21/00697, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 20/2778) betreffende van belanghebbende geheven leges.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. van der Linden, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Belanghebbende heeft op 13 september 2022 een nader geschrift ingediend dat een tweede cassatiemiddel bevat. Op dit stuk slaat de Hoge Raad geen acht vanwege het volgende. Belanghebbende heeft op 11 juli 2022 tijdig een beroepschrift in cassatie ingediend dat niet de in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb bedoelde gronden bevat. Dit gebrek heeft zij hersteld door op 15 augustus 2022 gronden in te dienen. Daarmee was de indiening van het beroepschrift voltooid en bestond geen ruimte meer voor het indienen van nieuwe gronden.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, vertegenwoordigd door [P], (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier S. Joosten, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2023.

ECLI:NL:GHDHA:2022:1043.