Belastingrecht
Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad, 14 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AU4421 · Hoge Raad · 14 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2005-au4421
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 41050
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AU4421
Samenvatting
Vennootschapsbelasting.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 28 januari 2005
ECLI:NL:GHSGR:2005:AS7575Hoge Raad · 14 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AU4421
Uitspraak
Nr. 41.050
14 oktober 2005
RW
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 mei 2004, inzake bij het Hof met nrs. 04/00223, 04/00342 en 04/00343 ingestelde beroepen betreffende na te melden aan X N.V. (thans A B.V.B.A.) te Z (België) opgelegde (navorderings)aanslagen in de vennootschapsbelasting.
1. Navorderingsaanslagen, aanslag, bezwaren en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 20.871.883.
Aan belanghebbende is voor het jaar 1990 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 7.681.612.
Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 26.777.544.
Belanghebbende heeft tegen de navorderingsaanslagen en de aanslag bezwaar gemaakt.
Belanghebbende is tegen het niet tijdig nemen door de Inspecteur van beslissingen op de door haar gemaakte bezwaren in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de beroepen gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en de aanslag vernietigd.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 40672 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 1288, derhalve € 644, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2005.
Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 414.