Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 oktober 2015
Datum publicatie
29 oktober 2015
Zaaknummer
15/02371
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3187
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 24 april 2015

    ECLI:NL:CRVB:2015:1423
  2. Hoge Raad · 30 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3187

Uitspraak

Inhoudsopgave

30 oktober 2015

nr. 15/02371

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Marokko, domicilie gekozen hebbende te [Q] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 april 2015, nr. 13/4913 ANW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/5667) betreffende een besluit ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2015.