Socialezekerheidsrecht
Weigering nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de…
Centrale Raad van Beroep, 24 april 2015
ECLI:NL:CRVB:2015:1423 · Centrale Raad van Beroep · 24 april 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2015-1423
Zaakgegevens
Op 24 april 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 april 2015
- Datum publicatie
- 6 mei 2015
- Zaaknummer
- 13-4913 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2015:1423
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weigering nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering ingevolge de Anw.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 24 april 2015deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2015:1423
Hoge Raad · 30 oktober 2015
ECLI:NL:HR:2015:3187
Uitspraak
13/4913 ANW
Datum uitspraak: 24 april 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
30 juli 2013, 12/5667 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 maart 2015. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
OVERWEGINGEN
Appellante is geboren in 1954, heeft de Marokkaanse nationaliteit en woont in Marokko. De echtgenoot van appellante, [echtgenoot], geboren in 1935, heeft van december 1965 tot december 1966 en van augustus 1969 tot oktober 1974 in Nederland gewerkt. Vanaf juli 2000 heeft hij een pensioen en een partnertoeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangen. Op 15 november 2011 is de echtgenoot overleden. Op 11 juni 2012 heeft appellante een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw) aangevraagd. Bij besluit van 11 juli 2012 heeft de Svb geweigerd appellante een nabestaandenuitkering toe te kennen.
Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij besluit van 17 oktober 2012 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellante ongegrond verklaard. Geoordeeld is dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering ingevolge de Anw. De rechtbank heeft overwogen dat aan de uitkering ingevolge de AOW die de echtgenoot voor zijn overlijden ontving geen verzekering voor de Anw kan worden ontleend. Niet gebleken is dat de echtgenoot gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren. Voorts is overwogen dat de echtgenoot op grond van het Nederlands-Marokkaans Verdrag niet kon worden aangemerkt als verzekerde voor de Anw. De omstandigheid dat appellante arbeidsongeschikt zou zijn, leidt niet tot een ander oordeel.
Appellante stelt dat zij erg ziek is en daardoor niet kan werken.
De Svb stelt dat appellante geen recht op nabestaandenuitkering heeft omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de Anw.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
De Svb heeft terecht geweigerd appellante een nabestaandenuitkering toe te kennen. Juist zijn de overwegingen van de rechtbank dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering ingevolge de Anw. Het ontvangen van AOW-pensioen door de echtgenoot vóór zijn overlijden is geen grond voor verzekering ingevolge de Anw. De arbeidsongeschiktheid van appellante is niet voldoende om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering. Aan het oordeel doet niet af dat appellante erg ziek zou zijn. De door appellante bedoelde medische informatie van de huisarts kan dan ook niet tot een ander oordeel leiden.
Uit de overwegingen onder 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2015.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) S. Aaliouli
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.