Socialezekerheidsrecht
Het CIZ heeft de aanvraag van appellant om zorg op grond van de Wlz terecht afgewezen. Voor de somatische…
Centrale Raad van Beroep, 8 oktober 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1341 · Centrale Raad van Beroep · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-1341
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 9 oktober 2026
- Zaaknummer
- 25/1345 WLZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:1341
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het CIZ heeft de aanvraag van appellant om zorg op grond van de Wlz terecht afgewezen. Voor de somatische problematiek is geen sprake van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Uitspraak
25/1345 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 mei 2025, 24/6533 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het CIZ
Datum uitspraak: 8 oktober 2026
SAMENVATTING
Het gaat in deze zaak om de vraag of appellante in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz. De Raad is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, omdat appellante geen behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. B.C.F. Kramer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend. Mr. Kramer heeft een aanvullende reactie ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 september 2026. Voor appellante is mr. Kramer verschenen. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellante, geboren in 1943, ervaart beperkingen door meerdere somatische aandoeningen, waaronder diabetes mellitus type 2. Daarnaast ervaart appellante geheugenklachten. Appellante heeft op 5 mei 2023 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz).
Met een besluit van 12 februari 2024, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 25 september 2024 (bestreden besluit), heeft het CIZ de aanvraag van appellante afgewezen. Daarbij heeft het CIZ zich gebaseerd op de adviezen van zijn medisch adviseurs van 2 februari 2024 en 14 augustus 2024. De medisch adviseurs zijn tot de conclusie gekomen dat bij appellante de grondslag somatische aandoening aanwezig is. Er kan echter geen noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid worden vastgesteld ter voorkoming van ernstig nadeel. De zorgbehoefte van appellante kan worden ondervangen door het instellen van planbare zorgmomenten. Ook wordt appellante in staat geacht op relevante momenten hulp in te roepen en deze af te wachten om eventueel ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Daarbij heeft de rechtbank – kort samengevat – overwogen dat het CIZ zijn besluit heeft mogen baseren op de medische adviezen. Het CIZ heeft op zorgvuldige en toereikende wijze gemotiveerd dat appellante geen 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. De rechtbank heeft ook geen reden gezien om een deskundige te benoemen.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellante zijn de medische adviezen onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat er zonder nadere motivering vanuit is gegaan dat appellante alleen lage bloedsuikers heeft (hypo’s), terwijl uit de informatie van de huisarts blijkt dat er ook sprake is van hoge bloedsuikers (hypers). Voorts blijkt volgens appellante uit de door haar overgelegde informatie wel degelijk dat zij is aangewezen op 24 uur zorg in de nabijheid. Zij is namelijk niet (altijd) in staat om hulp in te schakelen en deze af te wachten.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Voorop staat dat de te beoordelen periode in deze zaak loopt van 5 maart 2023 (datum aanvraag) tot en met 25 september 2024 (datum bestreden besluit).
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het CIZ de aanvraag van appellante op goede gronden heeft afgewezen. Het CIZ heeft het bestreden besluit mogen baseren op de adviezen van de medisch adviseurs van het CIZ en op basis daarvan terecht geconcludeerd dat van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in de Wlz geen sprake is.
De medische adviezen waarop het bestreden besluit is gebaseerd, zijn zorgvuldig tot stand gekomen. De medisch adviseurs van het CIZ hebben zowel de zelf opgevraagde medische informatie, alsmede de van appellante ontvangen nadere (medische) informatie kenbaar bij de beoordeling betrokken. Het standpunt van appellante dat de medisch adviseurs er zonder nadere motivering vanuit zijn gegaan dat appellante alleen hypo’s heeft, terwijl uit de informatie van de huisarts blijkt dat er ook sprake is van hypers, volgt de Raad niet. De medisch adviseurs hebben wel degelijk de informatie van de huisarts, waarin staat dat de bloedsuikers van appellante schommelen, kenbaar bij de adviezen betrokken. Dat sprake zou zijn van (gevaarlijk) hoge waardes, zoals appellante stelt, volgt uit deze informatie niet.
Uit de adviezen van de medisch adviseurs blijkt verder dat in de te beoordelen periode een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid bij appellant niet is komen vast te staan. De medisch adviseurs hebben overtuigend uiteengezet dat de zorgbehoefte van appellante grotendeels kan worden ondervangen met planbare zorg, zoals hulp bij het interpreteren van de glucosemeter en het spuiten van insuline. De Raad ziet ook geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie van de medisch adviseurs dat appellante op ongeplande momenten in staat is om hulp in te roepen. Appellante is onbetwist in staat iemand te bellen en kan gebruik maken van een CGM-glucosemeter die alarmeert als haar bloedglucose te laag is. Ook twijfelt de Raad niet aan de beoordeling van de medisch adviseurs dat appellante hulp kan afwachten. Voor de stelling dat appellante in een situatie van ernstig nadeel komt als niet direct hulp wordt geboden zijn in de beschikbare gegevens geen aanknopingspunten te vinden.
Met het oog op het voorgaande ziet de Raad geen aanleiding om een onafhankelijke, medisch deskundige te benoemen. Daarbij is van belang dat appellante met wat zij heeft aangevoerd onvoldoende twijfel heeft gezaaid over de zorgvuldigheid en juistheid van de beoordeling door (de medisch adviseurs van) het CIZ.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om zorg vanuit de Wlz in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders in tegenwoordigheid van A.M. van Oorschot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2026.
(getekend) K.H. Sanders
(getekend) A.M. van Oorschot
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1, eerste en tweede lid
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.