Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie gegrond. Zie 20/02917.

Zaakgegevens

Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 november 2021
Datum publicatie
25 november 2021
Zaaknummer
20/02927
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1768
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie gegrond. Zie 20/02917.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 augustus 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:736
  2. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1667
  3. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1761
  4. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1762
  5. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1763
  6. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1764
  7. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1765
  8. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1766
  9. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1767
  10. Hoge Raad · 26 november 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1768

  11. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1771
  12. Hoge Raad · 26 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1773

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/02927

Datum 26 november 2021

ARREST

in de zaak van

het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT

tegen

[X9] te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2020, nr. 19/00696, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/219) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [...] voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [i-straat 1] te [Z].

1 Geding in cassatie

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (hierna: het Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 4 augustus 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Het Bestuur heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de klacht

De klacht slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/02917 (ECLI:NL:HR:2021:1667), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof, en

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.

ECLI:NL:PHR:2021:736.