Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie gegrond. Zie 20/02917.
ECLI:NL:HR:2021:1771 · Hoge Raad · 26 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1771
Zaakgegevens
Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 november 2021
- Datum publicatie
- 25 november 2021
- Zaaknummer
- 20/02928
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1771
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie gegrond. Zie 20/02917.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 augustus 2021
ECLI:NL:PHR:2021:736Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1667Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1761Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1762Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1763Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1764Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1765Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1766Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1767Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1768Hoge Raad · 26 november 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1771
Hoge Raad · 26 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1773
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 20/02928
Datum 26 november 2021
ARREST
in de zaak van
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT
tegen
de VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [X10] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2020, nr. 19/00699, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/336) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [...] voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [j-straat 1] te [Z].
1 Geding in cassatie
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (hierna: het Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 4 augustus 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Het Bestuur heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de klacht
De klacht slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/02917 (ECLI:NL:HR:2021:1667), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.