Belastingrecht
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
ECLI:NL:HR:2013:930 · Hoge Raad · 11 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/herziening/ecli-nl-hr-2013-930
Zaakgegevens
Op 11 oktober 2013 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2013
- Datum publicatie
- 14 oktober 2013
- Zaaknummer
- 13/02477
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:930
Samenvatting
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Inhoudsopgave
11 oktober 2013
nr. 13/02477
Arrest
gewezen op het verzoek van [X] te [Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 15 maart 2013, nr. 12/05116, ECLI:NL:HR:BZ4453.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het
verzoek tot herziening
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 juni 2013 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 29 juli 2013, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 15 augustus 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
2 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 118 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.