Belastingrecht
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
ECLI:NL:HR:2014:2297 · Hoge Raad · 8 augustus 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/herziening/ecli-nl-hr-2014-2297
Zaakgegevens
Op 8 augustus 2014 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 augustus 2014
- Datum publicatie
- 8 augustus 2014
- Zaaknummer
- 14/00850
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2297
Samenvatting
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Inhoudsopgave
8 augustus 2014
nr. 14/00850
Arrest
gewezen op het verzoek van [X] N.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 10 januari 2014, nr. 13/01938, ECLI:NL:HR:2014:46.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 maart 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 8 mei 2014 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Belanghebbende heeft niet gereageerd op deze brief.
Hetgeen belanghebbende reeds in zijn brief van 21 april 2014 heeft aangevoerd, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
2 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2014.