Belastingrecht

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.

Hoge Raad, 4 april 2014

Zaakgegevens

Op 4 april 2014 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 april 2014
Datum publicatie
3 april 2014
Zaaknummer
13/06077
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:787
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.

Uitspraak

4 april 2014

Nr. 13/06077

Arrest

gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 29 november 2013, nr. 13/03700, ECLI:NL:HR:2013:1464.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.