Belastingrecht
HR verklaart het verzoek tot herziening n-o.
Hoge Raad, 9 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1049 · Hoge Raad · 9 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/herziening/ecli-nl-hr-2017-1049
Zaakgegevens
Op 9 juni 2017 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juni 2017
- Datum publicatie
- 8 juni 2017
- Zaaknummer
- 17/00156
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1049
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR verklaart het verzoek tot herziening n-o.
Uitspraak
9 juni 2017
Nr. 17/00156
Arrest
gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 16 december 2016, nr. 16/03573, ECLI:NL:HR:2016:2865.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 17 februari 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 maart 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het verzoek tot herziening moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
2 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.