Aanbestedingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Aanbestedingsrecht. Procesrecht. Is bank aansprakelijk voor niet-tijdige afgifte…
Hoge Raad, 22 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1843 · Hoge Raad · 22 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/aanbestedingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1843
Zaakgegevens
Op 22 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over aanbestedingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2019
- Datum publicatie
- 21 november 2019
- Zaaknummer
- 18/02867
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Aanbestedingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Bruning, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1843
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aanbestedingsrecht. Procesrecht. Is bank aansprakelijk voor niet-tijdige afgifte bankgarantie? Gedekt verweer (art. 348 Rv)? Onbegrijpelijke uitleg inschrijvingsvoorwaarden. Passeren bewijsaanbod.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:3110Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 augustus 2019
ECLI:NL:PHR:2019:812Hoge Raad · 22 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1843
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02867
Datum 22 november 2019
ARREST
In de zaak van
1. [Bouwbedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Beheer] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: mr. M.E. Bruning,
tegen
DE VOLKSBANK N.V., voorheen genaamd SNS Bank N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: De Volksbank,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/356015/HA ZA 13-834 van de rechtbank Midden-Nederland, van 29 januari 2014 en 27 augustus 2014;
b. de arresten in de zaak 200.167.498 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2017 en 3 april 2018.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof van 3 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. De Volksbank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor De Volksbank toegelicht door haar advocaat en mr. P.C. Russcher.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Volksbank begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 22 november 2019.