Burgerlijk procesrecht
Procesrecht. Faillissement. Toepassing art. 69 Rv. Geslaagd hoger beroep tegen verbetering datum beschikking…
Hoge Raad, 12 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1673 · Hoge Raad · 12 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1673
Zaakgegevens
Op 12 november 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 november 2021
- Datum publicatie
- 11 november 2021
- Zaaknummer
- 21/00372
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1673
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Procesrecht. Faillissement. Toepassing art. 69 Rv. Geslaagd hoger beroep tegen verbetering datum beschikking rechtbank (art. 31 Rv). Ontvankelijkheid cassatieberoep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2021:927Hoge Raad · 12 november 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1673
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak · 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:682Meerdere afhandelingswijzen
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00372
Datum 12 november 2021
ARREST
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
BLOSAN VASTGOED .B.V.,
gevestigd te Oosterbeek,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Blosan,
advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak 377521 / FTRK 20/961 van de rechtbank Gelderland van 4 november 2020 en het herstelvonnis in die zaak van 30 november 2020;
-
de beschikking in de zaken 200.285.694 en 200.287.641 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 januari 2021.
[verzoekster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Blosan heeft een verweerschrift ingediend dat strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep, althans tot verwerping daarvan.
[verzoekster] heeft verzocht het beroep op niet-ontvankelijkheid te verwerpen.
Het cassatierekest en het verweerschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van [verzoekster] in het cassatieberoep voor zover het is gericht tegen rov. 3.1 van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 januari 2021 met zaaknummer 200.287.641 en voor het overige tot verwerping.
De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Uitgangspunten en feiten
In deze zaak heeft Blosan verzocht [verzoekster] failliet te verklaren. Bij beschikking, gedateerd 4 november 2020, heeft de rechtbank dat verzoek afgewezen. Bij herstelvonnis van 30 november 2020 heeft de rechtbank op telefonisch verzoek van de advocaat van [verzoekster] op de voet van art. 31 Rv de beschikking aldus verbeterd dat zowel de datum van de mondelinge behandeling, als de datum van de beschikking is gewijzigd in 3 november 2020. De rechtbank heeft Blosan daarover niet gehoord.
Blosan heeft hoger beroep ingesteld tegen zowel de beschikking als het herstelvonnis, wat betreft het herstelvonnis onder het aanvoeren van een doorbrekingsgrond. In het hoger beroep tegen het herstelvonnis heeft het hof de appeldagvaarding op de voet van art. 69 Rv aangemerkt als beroepschrift en dit beroep ontvankelijk geoordeeld en gegrond bevonden wat betreft de datum van de beschikking, met als uitkomst dat het hof ervan uitgaat dat de beschikking op 4 november 2020 is gegeven. Het hof heeft het op 12 november 2020 ingestelde hoger beroep tegen de beschikking daarom ontvankelijk geacht en [verzoekster] alsnog failliet verklaard.
3 Beoordeling van het middel
Onderdeel 2.1-I van het middel is gericht tegen de beslissing de appeldagvaarding tegen het herstelvonnis aan te merken als een beroepschrift. Het betoogt dat het hof dit niet had mogen doen zonder een bevel te geven als bedoeld in art. 69 lid 1 Rv.
Art. 69 lid 5 Rv bepaalt dat tegen een beslissing ingevolge de leden 1-4 van deze bepaling geen hogere voorziening openstaat. [verzoekster] heeft in dit verband geen doorbrekingsgrond aangevoerd. Zij is daarom in zoverre niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
Onderdeel 2.2 is gericht tegen het oordeel van het hof dat wat betreft de datum van de beschikking geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, zodat de datum van de beschikking ten onrechte is gewijzigd in 3 november 2020.
Ingevolge art. 31 lid 4 Rv staat tegen een beslissing op de voet van art. 31 Rv geen voorziening open. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof art. 31 Rv ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten. Wat het ter onderbouwing daarvan aanvoert komt echter erop neer dat het hof art. 31 Rv wel heeft toegepast, maar onjuist. De gestelde doorbrekingsgrond doet zich dus niet voor.
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart [verzoekster] met betrekking tot onderdeel 2.1-I niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 12 november 2021.