Burgerlijk procesrecht
Procesrecht. Art. 87 lid 8 Rv. Kenbare beslissing op verzoek om mondelinge behandeling in hoger beroep?
ECLI:NL:HR:2023:1451 · Hoge Raad · 13 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1451
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2023
- Datum publicatie
- 12 oktober 2023
- Zaaknummer
- 22/03875
- Rechtsgebied
- Civiel recht Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1451
Samenvatting
Procesrecht. Art. 87 lid 8 Rv. Kenbare beslissing op verzoek om mondelinge behandeling in hoger beroep?
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:5647Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:5408Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:7595Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 juli 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:2542Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 september 2023
ECLI:NL:PHR:2023:750Hoge Raad · 13 oktober 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1451
(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03875
Datum 13 oktober 2023
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/338021 / HA ZA 18-606 van de rechtbank Oost-Brabant van 7 november 2018, 11 september 2019 en 18 december 2019;
b. de arresten in de zaak 200.276.096/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juni 2020, 4 mei 2021 en 26 juli 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 26 juli 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat, en mede door M. van Tiel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 26 juli 2022 en tot verwijzing.
2 Uitgangspunten en feiten
[eisers] en [verweerster] hebben een overeenkomst gesloten over de bouw van een woning. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de uitvoering van de overeenkomst.
In deze procedure hebben [verweerster] en [eisers] over en weer in conventie respectievelijk reconventie vorderingen ingesteld. De rechtbank heeft de vorderingen van [verweerster] in conventie afgewezen, na verrekening van de in beginsel in conventie toewijsbare post meerwerk met het in reconventie aan [eisers] toegewezen bedrag.
[verweerster] heeft hoger beroep ingesteld. [eisers] hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. [verweerster] heeft bij memorie van antwoord in incidenteel appel haar eis gewijzigd en nieuwe producties ingediend. [eisers] hebben bij akte bezwaar gemaakt tegen deze eiswijziging. Zij hebben daarbij, voor zover in cassatie van belang, tevens het hof verzocht om een mondelinge behandeling te gelasten dan wel een schriftelijke toelichting toe te staan, om inhoudelijk te kunnen reageren op de memorie van antwoord in incidenteel appel en op de nieuwe producties.
Een brief van de griffie van het hof aan (de advocaat van) [eisers] luidt als volgt:
“(…) In uw brief van 3 december 2021 herhaalt u het verzoek van geïntimeerde om een mondelinge behandeling dat is gedaan in de akte van 24 augustus 2021. Namens de rolraadsheer laat ik u weten dat de behandelend kamer in het te wijzen arrest op uw verzoek zal beslissen. (…)”
Het hof heeft vervolgens eindarrest gewezen. Daarbij heeft het hof de vonnissen van de rechtbank vernietigd en de vorderingen van [verweerster] deels toegewezen.
3 Beoordeling van het middel
Onderdeel 1 van het middel klaagt dat het hof art. 87 lid 8 Rv onjuist heeft toegepast door geen beslissing te nemen op het verzoek van [eisers] tot het gelasten van een mondelinge behandeling, althans dit verzoek ongemotiveerd af te wijzen.
Art. 87 lid 8 Rv bepaalt dat indien geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, de rechter voordat hij over de zaak beslist aan partijen desverlangd de gelegenheid biedt hun standpunt mondeling uiteen te zetten. Ingevolge art. 353 lid 1 Rv is art. 87 Rv ook van toepassing in hoger beroep.
Een verzoek om een mondelinge behandeling mag slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden worden afgewezen. Daarvoor is noodzakelijk dat van de zijde van de wederpartij klemmende redenen worden aangevoerd tegen toewijzing van het verzoek of dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde. In elk van deze beide gevallen zal de rechter de redenen voor de afwijzing van het verzoek uitdrukkelijk moeten vermelden en zijn beslissing daaromtrent deugdelijk moeten motiveren.
Het hof heeft niet kenbaar beslist op het verzoek van [eisers] om een mondelinge behandeling. Daarmee heeft het hof hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen miskend. Het onderdeel slaagt dus.
De overige klachten van het middel kunnen onbehandeld blijven.
Nu [verweerster] de bestreden beslissing niet heeft uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 juli 2022;
- verwijst het geding naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing;
- reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;
- begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van [eisers] op € 988,18 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerster] op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 13 oktober 2023.