Burgerlijk procesrecht
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet getekend door advocaat…
ECLI:NL:HR:2024:245 · Hoge Raad · 16 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2024-245
Zaakgegevens
Op 16 februari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 februari 2024
- Datum publicatie
- 15 februari 2024
- Zaaknummer
- 23/04174
- Rechtsgebied
- Civiel recht Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:245
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet getekend door advocaat bij Hoge Raad.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 18 juli 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:1746Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 januari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:120Hoge Raad · 16 februari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:245
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04174
Datum 16 februari 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster],
wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: verzoekster,
tegen
JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaken C/15/330898 / FA RK 22-3745 en C/15/332608 / FA RK 22/4674 van de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.323.851/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2023.
Verzoekster heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoekster in haar cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De door verzoekster langs elektronische weg ingediende procesinleiding voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, nu deze niet is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kon worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 397 lid 1 en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. Verzoekster heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het verzuim binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 februari 2024.