Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 22 november 1991
ECLI:NL:HR:1991:1 · Hoge Raad · 22 november 1991
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1991-1
Zaakgegevens
Op 22 november 1991 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 1991
- Datum publicatie
- 20 januari 2020
- Zaaknummer
- 14.433
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- Mr. E van Staden ten Brink, Mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1991:1
Samenvatting
Huurrecht woonruimte.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 oktober 1991
ECLI:NL:PHR:1991:9Hoge Raad · 22 november 1991deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1991:1
Uitspraak
22 november 1991
Eerste Kamer
Nr. 14.433
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: Mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
1. [verweerster 1],
2. [verweerster 2],
3. [verweerster 3],
allen wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: Mr. P.S. Kamminga.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie – verder te noemen [eiseres] – heeft bij exploot van 30 november 1983 op verkorte termijn verweersters in cassatie – verder te noemen [verweersters] – en drie anderen gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd hen te veroordelen tot ontruiming van de flatwoning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] op verbeurte van een dwangsom van f 200,-- per dag en hen te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van f 764,65 voor iedere maand dat zij de flatwoning na 30 november 1983 in gebruik houden. [eiseres] heeft de vordering tegen voormelde anderen vervolgens ingetrokken.
Nadat [verweersters] tegen de vorderingen verweer hadden gevoerd, heeft de Rechtbank bij vonnis van 19 december 1984 aan [eiseres] haar vorderingen ontzegd.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, waarna [verweersters] incidenteel hoge beroep hebben ingesteld.
Bij arrest van 16 november 1989 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweersters] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op f 2.875,--, op de voet van art. 57b Rv. te voldoen aan de Griffier.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren De Groot, als voorzitter, Haak en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Hermans op 22 november 1991.