Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 24 november 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA8451 · Hoge Raad · 24 november 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2000-aa8451
Zaakgegevens
Op 24 november 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 november 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R00/106
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2000:AA8451
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 24 november 2000deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2000:AA8451
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 november 2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA8451
Uitspraak
24 november 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/106HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER.
1. Het verloop van de procedure
Bij op 21 juni 2000 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker - hierna te noemen: [verzoeker] - de Hoge Raad verzocht hem toestemming te verlenen zelf, dat wil zeggen zonder de tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad, cassatie in te stellen tegen het op 22 maart 2000 in de zaak onder rolnr. 9900034 tussen hem en 1) de Gemeente Groningen en 2) de Stichting De Baak gewezen arrest.
De plaatsvervangend Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker.
[Verzoeker] heeft op die conclusie gereageerd bij brief van 14 september 2000.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
Een verzoekschrift kan, tenzij op grond van de wet anders moet worden aangenomen, door de Hoge Raad slechts in behandeling worden genomen indien het is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. In het onderhavige geval, dat overigens een verzoek betreft dat op grond van het bepaalde in art. 407 lid 3 Rv. niet voor inwilliging vatbaar zou zijn, biedt de wet voor het aannemen van een uitzondering op deze hoofdregel geen grond.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in diens verzoek.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 24 november 2000.