Civiel recht overig

Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

Hoge Raad, 30 november 2001

Zaakgegevens

Op 30 november 2001 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 november 2001
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R01/119HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. G.E.M. Later.
ECLI
ECLI:NL:HR:2001:AD4941
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 30 november 2001deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2001:AD4941

  2. Conclusie A-G · 30 november 2001

    ECLI:NL:PHR:2001:AD4941

Uitspraak

30 november 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/119HR

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Officier van Justitie in het arrondissement Zwolle heeft op 24 juli 2001 bij de Rechtbank aldaar onder overlegging van een verklaring van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis van de Stichting Adhesie te Deventer een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - in een psychiatrisch ziekenhuis gevorderd.

Op 31 juli 2001 heeft de Rechtbank verzoekster, haar advocaat, de behandelend arts en een verpleegkundige gehoord. Bij beschikking van diezelfde dag heeft de Rechtbank de vordering toegewezen en de voorlopige machtiging verleend voor de duur van ten hoogste zes maanden.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift tot cassatie zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 30 november 2001.