Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 11 januari 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD4926 · Hoge Raad · 11 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad4926
Zaakgegevens
Op 11 januari 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C00/127HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.J de Lange, mr. R.V. Kist
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD4926
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 11 januari 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD4926
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 januari 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD4926
Uitspraak
11 januari 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/127HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de vennootschap naar Zwitsers recht ZÜRICH VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT (in Nederland h.o.d.n. ZÜRICH VERZEKERINGEN), gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. G.J. de Lange,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.V. Kist.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Zürich - heeft bij exploit van 18 oktober 1996 verweerster tot cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan Zürich ten titel als in de dagvaarding vermeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van ƒ 34.440,37 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 1995, alsmede een bedrag ad ƒ 4.020,04 ter zake van incassokosten en ƒ 793,13 in verband met het inschakelen van een deskundige, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding in alle gevallen tot die der algehele voldoening.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 15 oktober 1997 Zürich toegelaten tot het leveren van bewijs voor haar stelling dat de aanrijding is te wijten aan de schuld van [verweerster] omdat zij met de door haar bestuurde auto plotseling op de linker rijstrook kwam, terwijl zij werd ingehaald.
Tegen dit tussenvonnis heeft Zürich hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 15 december 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft Zürich beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Zürich in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 286,88 (ƒ 632,20) aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.