Civiel recht overig

Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

Hoge Raad, 15 februari 2002

Zaakgegevens

Op 15 februari 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 februari 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C00/119HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.W Scheltema, mr. R.M. Schutte
ECLI
ECLI:NL:HR:2002:AD6624
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 februari 2002deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2002:AD6624

  2. Conclusie A-G · 15 februari 2002

    ECLI:NL:PHR:2002:AD6624

Uitspraak

15 februari 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/119HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema,

t e g e n

DE GEMEENTE AMSTERDAM, zetelende te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.M. Schutte.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploit van 6 april 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en, kort gezegd, gevorderd de Gemeente te veroordelen tot medewerking aan de levering van de door hen gepachte grond, primair ter uitvoering van de overeenkomst die is totstandgekomen met de aanvaarding van het aan alle broers [...] gerichte aanbod van 7 september 1981 en subsidiair als schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.

De Gemeente heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 14 januari 1999 het gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 23 december 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 15 februari 2002.