Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 1 maart 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD8198 · Hoge Raad · 1 maart 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad8198
Zaakgegevens
Op 1 maart 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 maart 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R01/143HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.E.M. Later.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD8198
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 1 maart 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD8198
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 maart 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD8198
Uitspraak
1 maart 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/143HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Officier van Justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch heeft op 8 oktober 2001 onder overlegging van een op 5 oktober 2001 ondertekende geneeskundige verklaring met een behandelingsplan en een vervolgbehandelingsplan, een vordering ingediend bij de Rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de verzoeker - in een psychiatrisch ziekenhuis.
Nadat de Rechtbank verzoeker, zijn advocaat, de psychiater V. Cats en de verpleegkundige H. Vos op 2 november 2001 had gehoord, heeft zij bij beschikking van dezelfde datum de machtiging verleend voor de duur van één jaar, ingaande op 2 november 2001 en eindigende op 2 november 2002.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan de-ze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Hof van het ressort.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De onderhavige zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis. Naar aanleiding van deze vordering heeft de Rechtbank in het ziekenhuis waarin verzoeker verbleef een verhoor gehouden en aan het eind daarvan onmiddellijk uitspraak gedaan en de gevorderde machtiging voor een jaar verleend. Hiertegen richt zich het cassatieberoep. Daarbij is uitsluitend aan de orde de vraag of en in hoeverre de stoornis van de geestvermogens van verzoeker - te weten een "chronische schizofrenie, paranoïde vorm, met verval van cognitief én sociaal functioneren" - hem ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging nog gevaar zal doen veroorzaken.
3.2 Dienaangaande was in de geneeskundige verklaring die bij de vordering aan de Rechtbank was overgelegd, kort samengevat en voor zover thans van belang, tot uitdrukking gebracht dat gevreesd moest worden dat verzoeker zichzelf ernstig zou verwaarlozen en voorts zijn ex-echtgenote zou lastigvallen.
3.3 Bij voormeld verhoor hebben de geneesheer-directeur en een verpleegkundige van het ziekenhuis waarin verzoeker verbleef een en ander toegelicht en is daartegen door verzoeker en zijn raadsvrouw concreet verweer gevoerd.
3.4 De Rechtbank heeft, zonder hierop in te gaan, volstaan met een standaardmotivering overeenkomstig de tekst van de wet (art. 15 lid 2, letter a, van de Bopz) zodat in dit geval niet duidelijk is, wat de Rechtbank bij de verwerping van het verweer van verzoeker voor ogen heeft gestaan en op welke grond zij dat verweer heeft verworpen. Het middel slaagt derhalve.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 2 november 2001;
verwijst het geding terug naar die Rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 maart 2002.