Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 12 april 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD9126 · Hoge Raad · 12 april 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad9126
Zaakgegevens
Op 12 april 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 april 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C00/215HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.V. Polak.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD9126
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 12 april 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD9126
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 april 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD9126
Uitspraak
12 april 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/215HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mrs. R.S. Meijer en
T.H. Tanja-van den Broek,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.V. Polak.
1. Het verloop van het geding tot dusver
Voor het verloop van het geding tussen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 15 maart 1996, nr. 15930, NJ 1997, 3.
Bij dit arrest heeft de Hoge Raad het beroep tegen tussenarresten van het Gerechtshof te Leeuwarden van 16 juni 1993 en 25 mei 1994 verworpen.
Na deskundigenbericht ingevolge het tussenarrest van 14 december 1994 heeft het Gerechtshof te Leeuwarden bij arrest van 19 april 2000 het vonnis van de Rechtbank te Assen van 23 oktober 1990, waarvan beroep, vernietigd en opnieuw rechtdoende [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 40.853,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 1987, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het Hof van 19 april 2000 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstvermeld arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
[Verweerder] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 552.34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 april 2002.