Civiel recht overig

Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

Hoge Raad, 15 februari 2002

Zaakgegevens

Op 15 februari 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 februari 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C00/159HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. Groen
ECLI
ECLI:NL:HR:2002:AD9282
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 februari 2002deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2002:AD9282

  2. Conclusie A-G · 15 februari 2002

    ECLI:NL:PHR:2002:AD9282

Uitspraak

15 februari 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/159HR

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

Mr. Jacob BIEMOND, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van B.E.B. Trading B.V., kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij exploit van 19 juli 1995 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en [...] - verder te noemen: [betrokkene A] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [eiser] en [betrokkene A] hoofdelijk te veroordelen om aan de curator te betalen het bedrag der schulden van de failliete besloten vennootschap B.E.B. Trading B.V., voor zover deze niet door vereffening van de (overige) baten kunnen worden voldaan, een en ander zonodig op te maken bij staat.

[Eiser] en [betrokkene A] hebben de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft na tussenvonnissen van 5 december 1995, waarbij een comparitie van partijen is gelast, en 15 oktober 1997 bij eindvonnis van 17 juni 1998:

1. de vordering van de curator tegen [betrokkene A] afgewezen;

2. [eiser] veroordeeld om aan de curator te betalen het bedrag der schulden van de failliete besloten vennootschap B.E.B. Trading B.V., voor zover deze niet door vereffening van de baten in het faillissement kunnen worden voldaan, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3. het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen de vonnissen van de Rechtbank van 15 oktober 1997 en 17 juni 1998 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 22 februari 2000 heeft het Hof de vonnissen waarvan hoger beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de curator is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 15 februari 2002.