Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 8 maart 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD9909 · Hoge Raad · 8 maart 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad9909
Zaakgegevens
Op 8 maart 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 maart 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/216HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. drs. R.A. van der Hansz
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD9909
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 8 maart 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD9909
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 maart 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD9909
Uitspraak
8 maart 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/216HR
MP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], handelende onder de naam [...],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1.Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 4 juni 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: Kruis - gedagvaard voor de Kantonrechter te Gorinchem en - kort gezegd en na vermeerdering en vermindering van eis - gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van bedragen ter zake van achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen, zoals die in de dagvaarding staan vermeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede tot betaling van een bedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.
[eiser] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 12 april 1999 de vordering gedeeltelijk toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Dordrecht.
Bij tussenvonnis van 29 maart 2000 heeft de Rechtbank [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de Rechtbank bij eindvonnis het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en opnieuw rechtdoende [eiser] veroordeeld tot betaling van bedragen, zoals die in dit vonnis staan vermeld, ter zake van achterstallige vakantietoeslag en niet genoten vakantiedagen bij het einde van het dienstverband, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging, alsmede tot betaling van een nettobedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.
Beide vonnissen van de Rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.
2.Het geding in cassatie
Tegen beide vonnissen van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 maart 2002.