Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 28 juni 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE2175 · Hoge Raad · 28 juni 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ae2175
Zaakgegevens
Op 28 juni 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 juni 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C00/338HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.B Teunis, aanvankelijk mr. F.M Wachter
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AE2175
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 28 juni 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AE2175
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 juni 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE2175
Uitspraak
28 juni 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/338HR
WS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat:mr. W.B. Teunis,
t e g e n
RAB BOUWMARKT B.V., handelende onder de naam Gamma Den Burg, gevestigd te Oudeschild, gemeente Texel,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat:aanvankelijk mr. F.M. Wachter,
thans mr. R.F. Thunnissen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 23 november 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: RAB - gedagvaard voor de Kantonrechter te Den Helder en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te verklaren voor recht dat RAB aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval van 4 januari 1994 dat [eiseres] tijdens de uitoefening van haar functie is overkomen;
- RAB te veroordelen om de door [eiseres] geleden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de opgetreden schade zich heeft voorgedaan, althans vanaf de dag der dagvaarding.
RAB heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 2 september 1999 alvorens verder te beslissen [eiseres] tot bewijslevering toegelaten.
Tegen dit tussenvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Alkmaar.
Bij vonnis van 13 juli 2000 heeft de Rechtbank voormeld tussenvonnis van de Kantonrechter bekrachtigd voor zover daarin [eiseres] is toegelaten tot bewijslevering van het bestaan van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat haar op 4 januari 1994 een bedrijfsongeval is overkomen, alsmede van de tijdige melding van dat ongeval door of vanwege [eiseres] aan RAB en de medische dienst van de bedrijfsvereniging. Voorts heeft de Rechtbank het vonnis voor het overige vernietigd en de zaak voor verdere afdoening naar de Kantonrechter te Den Helder verwezen.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
RAB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
RAB heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RAB begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 juni 2002.