Civiel recht overig

Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

Hoge Raad, 18 oktober 2002

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 oktober 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R01/018HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P Garretsen, mr. J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2002:AE7370
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 oktober 2002deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2002:AE7370

  2. Conclusie A-G · 18 oktober 2002

    ECLI:NL:PHR:2002:AE7370

Uitspraak

18 oktober 2002

Eerste Kamer

Nr. R01/018HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], wonende [te woonplaats], Nederlandse Antillen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

ALMOND GROVE ESTATE N.V., gevestigd op Sint Maarten, Nederlandse Antillen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 13 februari 1998 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, hierna: het Gerecht, ingekomen verzoekschrift heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - zich gewend tot dat Gerecht en verzocht:

1. voor recht te verklaren dat [eiseres] nimmer aan verweerster in cassatie - verder te noemen: AGE - in erfpacht heeft overgedragen een "plot to be reserved for personal use" en "private road" ter grootte van 2.000 m², resp. 1.000 m², gereserveerd in restant van meetbrief 227 van 1973;

2. AGE te bevelen een perceel grond van 3.075 m², restant meetbrief 227 van 1973, te ontruimen;

3. AGE te verbieden de privéweg van [eiseres] ter grootte van 1.000 m² te (doen) betreden;

4. AGE te verbieden de te haren behoeve opgemaakte meetbrief ongedaan te doen maken (met bijkomende vorderingen), een en ander gesanctioneerd met een dwangsom.

AGE heeft de vorderingen bestreden.

Het Gerecht heeft bij vonnis van 17 november 1998 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna het Hof. Bij memorie van grieven heeft [eiseres] haar eis gewijzigd en vermeerderd in dier voege dat de vordering van [eiseres] er thans toe strekt dat het Hof, met vernietiging van het vonnis waarvan beroep, bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle dagen en uren:

1. voor recht zal verklaren dat [eiseres] aan AGE de door [eiseres] gereserveerde en behouden gronden, bekend en nader omschreven als "plot to be reserved for personal use" ad 2.000 m² en "private road 1.000 m²", en deel uitmakende van het restant perceel grond beschreven bij meetbrief 227 van 1973, nimmer in erfpacht heeft gegeven en/of (dat) op grond van het vonnis AR(KG) 2/90 d.d. 27 november 1990 aan AGE voorwaardelijk in erfpacht gegeven perceel grond ad 3.000 m² niet valt te verstaan dat [eiseres] de door haar behouden gronden aan AGE in erfpacht heeft overgedragen;

2. AGE zal bevelen om de door [eiseres] behouden percelen grond bekend als "private road" en "plot to be reserved" deel uitmakende van het perceel grond beschreven bij meetbrief 227/1973, zoals bepaald bij vonnis AR(KG) 2/90 van 27 november 1990 uit te meten en/of te doen uitmeten, en aan [eiseres] prijs te geven, zulks binnen of uiterlijk vijftien (15) dagen na betekening van het door het Hof in deze te geven bevel, en zulks op verbeurte van een dwangsom van US$ 20.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat AGE nalatig of weigerachtig blijft aan het door het Hof in deze te geven bevel te voldoen.

Bij memorie van antwoord heeft AGE het beroep bestreden en bij afzonderlijke akte ter rolle zich verzet tegen de wijziging en/of vermeerdering van eis van [eiseres].

Het Hof heeft bij vonnis van 1 oktober 1999 het verzet ongegrond verklaard.

Bij vonnis van 27 oktober 2000 (31 oktober 2000) heeft het Hof het vonnis van het Gerecht van 17 november 1998 bevestigd.

Het vonnis van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen laatstvermeld vonnis van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

AGE heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor AGE mede door mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AGE begroot op € 286,88 aan verschotten en €. 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 oktober 2002.