Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 8 november 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE8198 · Hoge Raad · 8 november 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ae8198
Zaakgegevens
Op 8 november 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 november 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/088HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E Grabandt, mr. H.A. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AE8198
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 8 november 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AE8198
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 november 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE8198
Uitspraak
8 november 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/088HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [...], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 27 maart 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Leeuwarden. Na vermeerdering van eis heeft [eiser] gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot ƒ 31.217,53 te vermeerderen met de wettelijke rente,
- primair berekend over een bedrag groot ƒ 17.850,-- gedurende de periode van 25 november 1986 tot de dag der algehele voldoening, en berekend over een bedrag groot ƒ 13.367,53 over de periode van 12 februari 1990 tot de dag der voldoening,
- subsidiair berekend over een bedrag groot ƒ 31.217,53 vanaf 1 februari 1990 tot de dag der voldoening,
- meer subsidiair berekend over ƒ 31.217,53 vanaf 14 november 1990 tot de dag der voldoening,
- en meest subsidiair berekend over ƒ 31.217,53 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 29 oktober 1997 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 6 december 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 438,90 aan verschotten en €. 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 november 2002.