Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 3 januari 2003
ECLI:NL:HR:2003:AE9385 · Hoge Raad · 3 januari 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-ae9385
Zaakgegevens
Op 3 januari 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 januari 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/142HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J. Duijsens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AE9385
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 3 januari 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AE9385
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 januari 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AE9385
Uitspraak
3 januari 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/142HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 7 april 1997 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd [eiseres] te veroordelen aan [verweerder] te voldoen het bedrag van ƒ 48.442,50, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 17.954,-- vanaf 22 september 1996, over ƒ 13.301,-- vanaf 20 november 1996 en over ƒ 13.395,-- vanaf 19 december 1996, tot de dag der algehele voldoening.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden en van haar kant een (voorwaardelijke) vordering in reconventie ingesteld. In reconventie heeft [eiseres] gevorderd [verweerder] te veroordelen tot:
- betaling van ingehouden courtage inclusief kosten ten bedrag van ƒ 27.925,--;
- betaling van de gederfde omzet van ƒ 161.871,85, althans specificatie van alle door [verweerder] ingediende facturen ten bedrage van ƒ 201.818,-- met restitutie van alle ten onrechte c.q. onverschuldigd betaalde bedragen;
- al het vorenstaande te vermeerderen met de wettelijk verschuldigde rente.
[Verweerder] heeft de vordering in reconventie bestreden.
Bij conclusie van repliek in conventie heeft [verweerder] tevens gevorderd voor recht te verklaren dat [verweerder] rechthebbende is op het aan [betrokkene 1] uit [woonplaats] gefactureerde bedrag van ƒ 12.925,--. Bij conclusie van repliek in reconventie heeft [eiseres] haar vordering vermeerderd met ƒ 20.502,-- schadevergoeding ter zake van onjuist berekende courtage.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 3 maart 1999 de vorderingen in conventie toegewezen en die in reconventie afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 30 november 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 3 januari 2003.