Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 31 januari 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF0221 · Hoge Raad · 31 januari 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af0221
Zaakgegevens
Op 31 januari 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R02/065HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.L.Chr.M. Oomen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF0221
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 31 januari 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF0221
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 januari 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF0221
Uitspraak
31 januari 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/065HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.Chr.M. Oomen,
t e g e n
HET COLLEGE VAN BESTUUR VAN DE ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij uitspraak van 4 augustus 2000 heeft de Rechtbank Dordrecht, sector bestuursrecht, het beroep van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - gericht tegen een besluit van het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam van 13 november 1998 tot handhaving van het [verzoeker] per 1 oktober 1998 eervol verleende ontslag en de in samenhang daarmee toegekende ontslaguitkering, ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.
Bij uitspraak van 12 april 2001 heeft de Centrale Raad van Beroep verzoeker niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het tegen deze uitspraak ingediend verzet is bij uitspraak van 10 januari 2002 ongegrond verklaard.
Bij brief van 31 mei 2001 heeft verzoeker de Rechtbank te Dordrecht op de voet van art. 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om herziening van de beslissing van 4 augustus 2000 verzocht.
De Rechtbank, sector bestuursrecht, heeft bij uitspraak van 19 april 2002 het verzoek om herziening als bedoeld in art. 8:88 Awb afgewezen.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt ertoe dat de Hoge Raad niet bevoegd is van het onderhavige cassatieberoep kennis te nemen.
3. Beoordeling van de bevoegdheid van de Hoge Raad:
Ingevolge het bepaalde in art. 78 lid 2 RO kan de Hoge Raad niet aan het eerste lid van dit artikel de bevoegdheid ontlenen om van het verzoek kennis te nemen. Evenmin kan de Hoge Raad zodanige bevoegdheid ontlenen aan enige andere wetsbepaling. De Hoge Raad dient zich derhalve onbevoegd te verklaren.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 31 januari 2003.