Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 14 maart 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF1893 · Hoge Raad · 14 maart 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af1893
Zaakgegevens
Op 14 maart 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 maart 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C02/006HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.C.M van Schijndel, mr. J.A.M.A. Sluysmans
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF1893
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 14 maart 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF1893
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 maart 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF1893
Uitspraak
14 maart 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/006HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
[verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft, voorzover in cassatie van belang, bij exploit van 3 september 1998 eiser tot cassatie, hierna: [eiser], en [betrokkene 1] - tezamen verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [verweerder] de schade te vergoeden nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zulks binnen 14 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis in de schadestaatprocedure aan [verweerder] te voldoen en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 19 juli 2000 onder meer de vordering tegen [eiser] afgewezen, [verweerder] tot bewijslevering toegelaten, en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen dit tussenvonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Het Hof heeft bij arrest van 27 september 2001 het vonnis waarvan beroep vernietigd in zoverre daarbij ook de vordering van [verweerder] met betrekking tot de Renault Clio (met identificatienummer [0001]) en de BMW 320i Coupé is afgewezen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het Hof [eiser] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van de schade met betrekking tot de voormelde Renault Clio en BMW 320i Coupé nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 1998 tot aan de algehele voldoening, en het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkekling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.663,07 in totaal, waarvan € 1.605,57 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier en € 57,50 te voldoen aan [verweerder].
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 maart 2003.