Civiel recht overig
27 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/360HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [A] MANAGEMENT EN…
Hoge Raad, 27 juni 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF5544 · Hoge Raad · 27 juni 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af5544
Zaakgegevens
Op 27 juni 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/360HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.D. Boetje
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF5544
Samenvatting
27 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/360HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [A] MANAGEMENT EN CONSULT B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.D. Boetje, t e g e n [Verweerder],
wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties ...
Procesgang
Hoge Raad · 27 juni 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF5544
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF5544
Uitspraak
27 juni 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/360HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[A] MANAGEMENT EN CONSULT B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.D. Boetje,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 17 juni 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [A] Management - gedagvaard voor de Rechtbank te Groningen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hogere voorzieningen, [A] Management te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 147.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 1998, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening.
[A] Management heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 11 augustus 2000 [A] Management veroordeeld om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 145.250,--, te vermeerderen met rente overeenkomstig het wettelijk tarief vanaf 7 januari 1998, [A] Management in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] veroordeeld, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [A] Management hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 5 september 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [A] Management beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
[A] Management heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [A] Management in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 juni 2003.